Vervolging van de vroege Christelijke Gemeente

In de eerste eeuwen van het christendom werden de gelovigen regelmatig door de Romeinse overheid vervolgd vanwege hun geloof. De vervolging van de vroege Christelijke Gemeente werd het ‘zaad van de martelaren’ genoemd.

Flavisch Amfitheater (Colosseum Rome)

Het Colosseum, Rome – zie voetnoot voor meer informatie

Het conflict tussen het Romeinse Rijk en het Christendom duurde ca. 300 jaar. Zoals Christus in Gethsema moest beslissen door te gaan, en het Evangelie van het Koninkrijk met het leven te bekopen, moesten veel christenen ook die keuze vaak maken. God, Jezus, blijven volgen en dat met het leven bekopen, of Jezus verloochenen.

Wat was de ‘dreiging’ die uitging voor Rome, van het Christendom?

In AD 250 was de eerste vervolging in het hele rijk. Daarvoor was het vaak regionale vervolging. Kerkvader Tertullianus verklaarde: “Al jullie wreedheid zal tot niets leiden, hoe meer je zult proberen ons te vernietigen, des te meer zal ons aantal toenemen – de martelaren zijn het zaad van de kerk!”

Het in het openbaar ombrengen, zoals kruisigen of in de arena tegen dieren laten vechten, van gelovigen werd echter vaak als entertainment gezien door het gewone volk.

Veel vroege christenen waren weinig subtiel in het brengen van hun boodschap. Ook beschouwden ze zichzelf als de enige ware voortzetting van ‘Israël’. Christen worden was een riskante keuze. Je kon alles verliezen, inclusief je leven.

De meeste religies werden getolereerd. Christendom niet. Omdat het claimde de énige Weg te zijn.

Martelaar
Het woord ‘martelaar’, in het Grieks, betekent ‘getuige’. Martelaar voor Christus betekende dus een getuige van Christus. Getuige.. soms tot de dood er op volgde!

Nero
In 64 AD liet Nero de christenen vervolgen, hij beschuldigde ze er van Rome in brand te hebben gestoken. Nero was waarschijnlijk zelf de veroorzaker. Hij wees hen aan, liet duizenden arresteren met als beschuldiging “haat tegen het menselijke ras”. Ze werden vernederd, gekruisigd en zelfs als menselijke toortsen gebruikt om Nero’s tuinen te verlichten.

Domitianus (81-96)
Beschouwde zichzelf als God en wilde aanbeden en aangesproken worden als ‘Heer en God’. Christenen weigerden dat te doen en werden vervolgd.

Trajanus (98-117)
Plinius schreef aan hem over ‘hoe om te gaan met de christenen’. Hij schrijft dat het aantal gelovigen enorm toeneemt en de Tempels (van de afgoden) leeglopen. Trajanus schreef dat ze niet actief vervolgd moesten worden tenzij duidelijk was dat ze echte criminelen waren.

Hadrianus (117-138)
Volgde de lijn van Trajanus. Vervolgingen waren slechts occasioneel en lokaal.

Antoninus Pius (138-161)
Onder zijn regering werd Polycarpus ter dood veroordeeld (verbranding) hoewel Antoninus zelf geen actief christenvervolger was.

Marcus Aurelius (161-181)
Onder zijn regering waren er een aantal natuurrampen en men gaf de schuld aan de christenen. Daarom stond hij zware verschrikkelijke vervolging van Christenen toe in Rome en Lyon.

Septimius Severus (193-211)
Verdere maatregelen tegen de kerk:

– bekering tot het christendom werd verboden;
– verschillende christenen werden gemarteld en aan de beesten gevoerd.

Daarna volgde een periode van relatieve rust en de christelijke gemeenschappen groeiden daardoor sneller dan ooit.

Decius (249-251), Valerianus (253-260)
Hevige vervolgingen van Christenen. De kerk werd gezien als een bedreiging van het Rijk en als zodanig vervolgd.

– Christenen werd verboden samen te komen;
– Bedreigd met de dood;
– Verbod op bezoek begraafplaatsen;
– Bezittingen in beslag genomen;
– Leiders in het bijzonder doelwit;
– registratie van mensen die christendom afzwoeren (certificaat)

Keizers vonden dat ze daarmee goed leiderschap toonden. Loyaliteit, eenheid en patriotisme werd door hen ‘verdedigd’. Christenen hoefden niet te sterven, .. als ze maar in het leger wilden gaan, als ze maar de Romeinse en andere goden niet verwierpen, enz.

Na Valerianus stopten de vervolgingen en werden zelfs de eerste kerkgebouwen gebouwd.

Diocletianus (284-305)
De grootste vervolging ooit van Christenen moest echter nog komen. Onder Diocletianus werden de Christenen weer hard vervolgd.

Hij verdeelde het rijk bestuurlijk. Hij was in eerste instantie niet eens tegen christenen en had ook christenen in dienst. Maar op zeker moment koos hij er voor de christenen toch te volgen.

Rond het jaar 290 voerde Diocletianus de zogeheten ‘tetrarchie’ in. Voortaan zouden vier (tetra in het Grieks) keizers regeren over de Romeinse Rijk: een augustus senior, een augustus junior, een caesar senior en een caesar junior. Diocletianus werd augustus senior voor het Oosten met Galerius als caesar junior. Maximianus werd augustus junior voor het Westen met Constantius Chlorus als caesar senior. [..] In 302 besloten Diocletianus en Galerius op een vergadering in Diocletianus’ hoofdstad Nicomedia om het christendom in het Romeinse Rijk te onderdrukken. De precieze reden voor dat besluit is onduidelijk. Mogelijk probeerden de twee heersers om het Romeinse moreel te versterken door conformisme aan de verering van de levende keizer als god af te dwingen. Ook zouden de orakels van Apollo de twee keizers hebben gezegd dat ze door toedoen van de christenen de toekomst niet meer konden voorspellen. (KRO-NCRV)

Volgens het Christian History Institute was de ware reden dat de moeder, een fervent aanbidder van de afgoden, van Galerius haar zoon en Diocletianus dusdanig onder druk zette om de christenen te vervolgen dat ze dat daadwerkelijk gingen doen.

De Grote Vervolging begon op 23 februari 303. Er werd een edict uitgevaardigd tegen de christenen waarin onder andere was opgenomen:

– Christenen mochten geen publieke functies meer uitvoeren;
– alle aanklachten tegen christenen werden op voorhand gegrond verklaard (oftewel: uitgesloten van het recht!);
– ze moesten worden gemarteld;
– geschriften verbrand;
– kerken verwoest;
– burgerrechten afgenomen;
– leiders moesten gearresteerd worden;
– afgodenoffers werden verplicht gesteld.

Christenen werden gekruisigd, voor de beesten gegooid, enz. De mensen, het volk, én regenten werden echter na verloop van tijd er doodziek van dat er zo hevig vervolgd werd. Er was dus ook de nodige weerstand tegen de vervolging van de christenen.

In April 311 kwam de vervolging tot stilstand middels een edict van Galerius (aan het einde van zijn leven) waarin hij onder andere verklaarde “Christenen mogen weer bestaan. Ze mogen samen komen in hun huizen, ze worden geacht, het was hun plicht, te bidden tot hun eigen God voor de Keizer en het Rijk”.

Constantijn de Grote (306-337)
Constantijn wordt wel de eerste ‘Christelijke Keizer’ genoemd. In het Edict van Milaan verklaarde hij dat een ieder de godsdienst mocht volgen welke hij wenste. Met andere woorden: godsdienstvrijheid.

Snel daarna werd het Christendom de ‘staatsgodsdienst’.

____
Bronnen
– The Trial and Testimony of the Early Church, CHI/EO
– Wikipedia (Diverse pagina’s)
– KRO-NCRV

Afbeelding: Colosseum, Wikimedia

Het Colosseum werd gebouwd door de Flavische keizers. De bouw startte op initiatief van keizer Vespasianus in 72 en werd gefinancierd uit de krijgsbuit van de plundering van Jeruzalem in 70. Heel wat Joodse slaven, onderdeel van de krijgsbuit, werkten aan het enorme amfitheater. Na de voltooiing in 80 werd het ingewijd door keizer Titus, de oudste zoon van keizer Vespasianus. De spelen bij de opening duurden 100 dagen. De dichter Martialis wijdde er een bundeltje van 33 epigrammen aan. Titus’ opvolger en jongere broer Domitianus voegde nog een verdieping toe, benevens een aantal gangen en vertrekken onder de arena, die nu zichtbaar zijn. – Wikipedia