De Veertigdagentijd, waarom wel, of niet?

Wat is de ‘veertigdagentijd’, en waarom zouden we daar als protestantse of evangelische christenen wel of niet aan moeten meedoen?

Steeds vaker zien we gebruiken in de protestantse en evangelische gemeenten opkomen die we van oudsher niet in onze kerken en gemeenten kenden. Eén er van is de ‘veertigdagentijd’ die gisteren is begonnen op ‘aswoensdag’.

aswoensdag - veertigdagentijd

“Ik haat, ik veracht uw religieuze feesten; Ik kan uw samenkomsten niet uitstaan” (Amos 5:21).

Wat is de herkomst van de Veertigdagentijd?

Aswoensdag is de eerste dag van de veertigdaagse vastentijd voorafgaand aan Pasen. De dag dankt zijn naam aan het askruisje dat de Rooms Katholieke priesters op deze dag traditioneel op het voorhoofd van gelovigen zette, onder het uitspreken van de tekst “Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren” (Genesis 3:19).

Van oorsprong is het dus een Rooms Katholieke gewoonte. Net als het voorafgaande Carnaval, tegenwoordig een orgie van “vreten, zuipen en feesten”.

Binnen de Rooms-katholieke kerk is Aswoensdag een verplichte vastendag. Dit houdt in dat alle gedoopten gelovigen tussen de 18 en 60 jaar op die dag slechts één volledige maaltijd mogen nuttigen. Ook is het gebruikelijk dat men op deze dag geen snoep, vlees of alcohol tot zich neemt. (Historiek)

De ‘veertigdagentijd’ wordt in veel Protestantse en Evangelische gemeenten nu ook in acht genomen. Maar er wordt veelal niet gevast, er worden geen kruisjes door een priester op het voorhoofd gezet. Voor katholieken begint de vasten op Aswoensdag, voor protestanten op de eerste van de zeven “lijdenszondagen”.

De reformatie breekt met de veertigdagentijd. Er komen zeven lijdensweken voor in de plaats. Over deze wijziging is nauwelijks kerkelijke besluitvorming bekend. Alleen de provinciale synode van Assen bepaalt in het jaar 1619 dat de kerk zeven lijdensweken moet houden. Hierdoor is er in het protestantisme geen nadrukkelijke gezamenlijke traditie van vastenperiode.

Veertigdagentijd, waarom wel of niet?

Over het in acht nemen van de veertigdagentijd lopen de meningen sterk uiteen.

– “Aswoensdag, askruisjes, kruisen en de veertigdagenvastentijd zijn allemaal afgodische gebruiken die tegenwoordig door steeds meer protestanten overgenomen worden. Ook steeds meer gerespecteerde voorgangers houden een pleidooi voor deze gebruiken. Het is goed om te beseffen dat er tijdens de Reformatie protestanten zijn geweest die van de brandstapel verlost konden worden wanneer ze maar één kus zouden geven op de crucifix, die hen voor de mond werd gehouden.”, schreef Wim Verwoerd op Cvandaag in 2020.

Verwoerd houdt er echter wel meer afwijkende opvattingen op na, zoals over de Sabbat. Is dat een reden om zijn opvatting terzijde te schuiven? Hij heeft een punt als hij de gebruiken ‘afgodisch’ noemt, echter worden die handelingen in de protestantse kerken en evangelische gemeenten niet uitgevoerd, deze gebruiken kennen we niet.

– “De veertigdagentijd wordt ook wel de vastentijd genoemd, omdat veel gelovigen vasten tijdens deze periode. Vlak voor de vastentijd wordt carnaval gevierd. Er wordt uitbundig feestgevierd en genoten van alles dat het leven biedt, om vervolgens een periode van vasten in te gaan. Hoewel het vasten vroeger vaak strenger was dan nu, zijn er nog steeds veel gelovigen die vasten in de veertigdagentijd. Bijvoorbeeld door bepaalde dagen of gedurende de hele periode weinig of sober te eten, of door 40 dagen lang minder social media te gebruiken, of geen alcohol te drinken.” (Bijbelgenootschap)

Calvijn wijdt in de Institutie verschillende paragrafen aan de praktijk van het vasten. Voetius gaat in zijn grote werk over de godsvrucht uitvoerig in op het daadwerkelijk vasten door gelovigen. Dit vasten is echter gekoppeld aan boetedoening, bijvoorbeeld rond biddagen en niet aan de periode van de veertig dagen voor Pasen.

Oprecht offeren

Persoonlijk doe ik niet mee aan de ‘veertigdagentijd’ – Vasten is iets wat dan toch niet consequent gedaan wordt terwijl dat wel de essentie is (of was) in de Rooms Katholieke kerk. Zoals ik eerder al eens aanhaalde:

Een paar jaar geleden was ik in een dienst waar de gemeente ook “een vasten” hield. Dit werd als volgt uitgevoerd: na de kerkdienst werd er géén koffie gedronken met elkaar maar kregen we een bekertje water “want we vasten, dus ontzeggen we ons de koffie en de thee”.

Als je het op die manier toepast, doe het dan alsjeblieft niet? Dat is niet het vasten zoals we dat kennen uit de Schrift en traditie!

De veertigdagentijd zoals deze in Evangelische kringen en protestantse kerken in acht wordt genomen is in mijn ogen daarom vaak niet meer dan een soort van ‘vormendienst’ op deze manier. Het wordt ingevuld op allerlei manieren – maar de essentie: vasten, boetedoening? Nee, dat doen we liever niet als moderne mens.

Persoonlijk heb ik er niets op tegen als mensen eeen ‘veertigdagentijd’ in acht nemen. Zelf doe ik daar niet aan mee. Niet omdat ik bezwaren heb tegen vasten, integendeel. Wel heb ik gevoelsmatig moeite tegen deze, ook nog eens halfslachtige, overname van gebruiken uit de RK-traditie. Het is, in mijn ogen, een “vasten-light”. Een ‘nutteloos offer’, voorzover je bij de meeste mensen al van een offer kunt spreken.

Daarnaast kende de Reformatie een andere invulling van deze periode en werd het ook niet de ‘veertigdagentijd’ genoemd. Dit overnemen, qua terminologie alleen al, is richting oecumene gaan met kerkgenootschappen waar we van oudsher niet veel mee ophebben.

Wil je een offer brengen, offer dan oprecht – bekering, boetedoening, écht vasten.

Breng niet langer nutteloze offers. Het reukwerk is Mij een gruwel. Nieuwemaansdag en sabbat, het bijeenroepen van samenkomsten: Ik verdraag het niet; het is onrecht, zelfs de bijzondere samenkomsten. Uw nieuwemaansdagen, uw feestdagen haat Ik met heel Mijn ziel; ze zijn Mij tot last; Ik ben het moe om ze te dragen. En wanneer u uw handen uitspreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u; ook wanneer u uw gebed vermeerdert, luister Ik niet: uw handen zitten vol bloed. (Jesaja 1:13-15).