Tag: Heilige Geest

Het verleden loslaten - onnodige ballast in je leven die je gevangen houdt

De bekering van Petrus: het verleden loslaten

Je kunt het verleden niet meer veranderen. Het bestaat alleen in je gedachten.” (NewStart)

De bekering van de Apostel Paulus is één van de bekende gebeurtenissen in het Nieuwe Testament. Paulus, de Schriftgeleerde, die de christenen vervolgde en ze voor het gerecht bracht en liet ombrengen – onder andere middels steniging.

Het verleden loslaten - onnodige ballast in je leven die je gevangen houdt

Hij, die een vijand van de christenen was, werd één van de belangrijkste christelijke leiders. De eerste “christen theoloog” was de Apostel Paulus. Zijn brieven bevatten veel inzichten en leringen die we tot op de dag van vandaag onderwijzen.

Download dit artikel in PDF-formaat

Er zijn er zelfs die zover gaan dat ze zichzelf ‘paulinische christenen’ noemen. Iets waar Paulus zelf, want dit verschijnsel kwam al bij zijn leven voor, absoluut geen voorstander van was getuige 1 Kor. 1:12-13 waarin hij schrijft:

“Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Paulus! En ík van Apollos! En ík van Kefas! En ík van Christus! Is Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt?”

Het verleden van Paulus

Paulus had moeite met zijn eigen gedragingen, met zijn verleden als vervolger. Zo was hij bijvoorbeeld toezichthouder bij de steniging van Stefanus.

Hij haalt het ook aan in de brieven die hij schrijft. Zijn verleden was iets dat tegen he gebruikt kon worden en ook werd. Maar het was ook iets waar hij zich, binnen het Jodendom, op kon beroepen – iets waar je menselijk gesproken ‘trots’ op kon zijn. Maar hoe ging hij er mee om? Hij, de Schriftgeleerde uit de Farizeeën, keek terug op die tijd en noemde het “vuilnis” – dat wil zeggen: als hij het vergeleek met de gerechtigheid door geloof in Christus:

Indien een ander meent op vlees te kunnen vertrouwen, ik nog meer: besneden ten achtsten dage, uit het volk Israël, van de stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër, naar mijn ijver een vervolger van de gemeente, naar de gerechtigheid der wet onberispelijk. Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof. – Fil. 3:4-9

Maar in vers 14 concludeert hij vervolgens:

“vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.”

Met andere woorden: hij richtte zich op de tóekomst en bleef niet oeverloos hangen in het verleden. Dat heeft een reden. De Here Jezus maakte namelijk duidelijk dat we niet altijd achterom moeten kijken. Dat werkt namelijk verlammend, want je blijft dan ‘hangen’ in het verleden waardoor je niet meer vooruit komt en het (geestelijke) werk dát je wilt doen lukt dan ook niet.

Een boer die het land bewerkt
Een boer die het land bewerkt moet vóór zich kijken

Kijk niet achterom..

“Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods.” – Lucas 9:61

Jezus trekt de vergelijking met een boer die aan het ploegen is. Als een boer achterom kijkt, kan hij niet ploegen. Hij moet vóór zich kijken, “naar de toekomst”. In geestelijke zin: het Koninkrijk Gods.

Dit Koninkrijk Gods wordt je deel van, betreed je, zodra je tot geloof komt. Op dat punt aangekomen is het verleden (zoals Paulus ook zegt) linksom of rechtsom “vuilnis” – zélfs als dat een verleden is waar je vreselijk trots op bent of kunt zijn, menselijk gesproken.

Als je maar blijft terug kijken naar het verleden, of het nou positief of negatief is, kun je niet meer vóóruit en niet nuttig zijn voor- of binnen het Koninkrijk Gods. Je bent dan wel wedergeboren, maar groeit niet verder in je geloof en kunt voor anderen óók niets betekenen..!

Je bent dan in feite ‘de grens gepasseerd’ en het ‘geestelijke koninkrijk binnen gegaan’ maar blijft daar vervolgens staan en ontdekt niet wat er allemaal voor moois ligt voor je en wat er allemaal te ontdekken is in het Koninkrijk Gods!

Er is een groot probleem met het verleden: je kunt het niet meer veranderen. Hoeveel tijd je ook doorbrengt met fantasiescenario’s, hoeveel denkbeeldige discussies je ook voert met fictieve personen: er verandert helemaal niets. (NewStart)

Hoe is het mogelijk dat de Bijbel tweeduizend jaar geleden daar al over schreef, dat Paulus dat al wist hè? Dat Jezus zei ‘kijk niet achterom als je gaat ploegen’. We denken tegenwoordig allerlei nieuwe dingen te ontdekken, maar zoals je ziet: dat is niet het geval. Of, zoals de Prediker al zegt:

“Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon.” – Prediker 1:9.

Paulus had had geleerd om te gaan met zijn verleden; hij schrijft “ik heb de gemeente Gods bovenmate vervolgd en getracht haar uit te roeien” (Gal. 1:13).

Maar het beperkte hem niet meer, hij keek er niet continue naar terug. Na zijn bekering nam hij de tijd het een en ander op een rijtje te zetten en vertrok naar Arabia (het rijk van de Nabateeërs, waar de bekende plaats Petra de hoofdstad van was) en vervolgens naar Damascus.

Pas na na drie jaar, ik neem aan een periode om niet alleen de Schriften te bestuderen nu hij er nieuw licht op had ontvangen maar óók om te leren omgaan met wat er allemaal gebeurd was, gaat hij dan naar Jeruzalem naar Petrus en Jakobus om met hen te praten. Over zijn bekering, over zijn inzichten de hij van de Here had ontvangen. Om hun mening daarover te vragen en om hun fiat te krijgen naar de Heidenen te gaan om het Evangelie te brengen.

Hier zie je dus wat er gebeurt als iemand “het verleden loslaat” – er rust een enorme zegen op het leven van Paulus en zijn werk in- en voor het Koninkrijk Gods is ongeevenaard!

Petrus’ bekering

Van Paulus is het ‘bekeringsmoment’ heel helder. Bij Petrus is dat een beetje anders. Zo zie je dat ieder mens een eigen ‘bekeringsgeschiedenis’ kan hebben. Sommige mensen groeien op in een gelovig gezin en krijgen het zo, als kind, al meegegeven (sommige noemen dat “indoctrinatie” maar dat is een negatief woord, alsof je gehersenspoeld zou zijn).

Petrus loochent dat hij Jezus kent - Rembrandt, 1660
Petrus loochent dat hij Jezus kent – Rembrandt, 1660

Petrus was door zijn broer Andreas (letterlijk) “tot Jezus geleid” (Joh. 1:43). Zowel Andreas als zijn broer Petrus verwachtten de Messias. Wat er op duidt dat ze gelovige Joden waren.

Petrus werd een leerling van Jezus en ontdekte gaandeweg de Waarheid. Hij geloofde de woorden van Jezus, zag de wonderen als een bevestiging er van. Werkte actief mee in de verkondiging van het (aanstaande) Koninkrijk der Hemelen.

Toch lezen we in Lucas 22:32 dat Jezus zegt:

“Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken. En gij, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen”

Betekent dit dat hij toch níet bekeerd was? Dat kan toch eigenlijk niet kloppen? Immers we lezen eerder al meerdere keren hoe Petrus over Jezus denkt? Ds. P. van de Voorde schrijft op Refoweb hier over:

Petrus was inderdaad bekeerd, in de zin van wedergeboren en een gelovig volgeling van Jezus. Maar het woord “bekering” wordt in de Bijbel soms ook gebruikt in het leven van een kind van God. Het gaat dan om bekering van een bepaalde zonde. Die zonde was bij Petrus duidelijk hoogmoed. Hij had nog hoge gedachten van zichzelf en dacht dat hij in eigen kracht Jezus zou kunnen volgen, ongeacht het lijden dat dit met zich mee zou kunnen brengen.

En vervolgens schrijft hij:

Hier zit een les in voor onze tijd. We kunnen heel enthousiast in een gemeente, Bijbelstudiegroep of gebedsgroep ons steentje bij dragen. Maar hoe doen we dat? Vanuit welke gezindheid? Als iemand nog –misschien onbewust– hoge gedachten heeft van zichzelf, versterkt hij niet, maar werpt hij mensen terug op zichzelf. Veel opdrachten: bidden, veel lezen, veel strijden tegen de zonde, enz. Het kernwoord is dan “moeten”. Op zich allemaal waar, maar wat is de Bron van waaruit we leven? Als het besef van pure genade ontbreekt, doen we het in eigen kracht, worden we hoogmoedig en struikelen we vroeg of laat.

Die ‘hoogmoed’ of trots kan ook te maken hebben met het verleden. Trots op je eigen werk, je diploma’s, wat je allemaal bereikt hebt in het leven. Sommige mensen nemen dan ook een houding aan, waaruit blijkt dat ze vinden dat ‘de kerk maar wát blij mag zijn met een getalenteerd (of goed) mens als hen’. Zoals we zien een houding die niets anders is dan zonde.

Ik begon bij Paulus. Díe had inderdaad zo’n houding kunnen aannemen als “afgestudeerd theoloog” en hoog in aanzien staand persoon. Maar wat was zijn eigen perspectief? Hij noemde waar hij menselijkerwijs gesproken trots op kon zijn en zich op kon laten voorstaan ‘vuilnis’!

Petrus moest deze les (nog) leren: ook hij moest het verleden los laten; zijn eigen opvattingen en gedachten hielden hem gevangen. Dáár moest hij vanaf! Jezus leerde hem, op een voor Petrus zeer confronterende manier, daarmee af te rekenen. Doordat Petrus de Here Jezus verloochende leerde hij deze les en het brak zijn hart: “hij ging naar buiten en weende bitter” (Lucas 22:62).

En dan? Als je je Heer en Meester verraden hebt, doordat je zo nodig vast wilde houden aan het verleden en daarom niet dienstbaar kon zijn in het koninkrijk? Was het daarmee afgelopen? Gelukkig niet, integendeel. Want de Here Jezus kent genade. Voor een ieder die oprecht gelooft is er áltijd vergeving en genade, zelfs als je er niet om vraagt:

Toen zij dan de maaltijd gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief, meer dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja Here, Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid mijn lammeren. Hij zeide ten tweeden male weder tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief? En hij zeide tot Hem: Ja Here, Gij weet het, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Hoed mijn schapen. Hij zeide ten derden male tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, dat Hij voor de derde maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief? En hij zeide tot Hem: Here, Gij weet alles, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid mijn schapen. – Joh. 21:15-17

Het verleden loslaten

Zoals we zien kan uit de Bijbel het een en ander worden geleerd over hoe het verleden, en het bewust of onbewust “koesteren” er van, je als christen kan beperken in je geloofsleven of zelfs in het ergste geval tot zonde kan zijn of brengen.

Bittere wortel

Een ‘bittere wortel’ is echt een groot probleem voor veel mensen, ook voor christenen. Niets menselijks is ook ons christenen immers vreemd? Ik heb dat zelf ook gemerkt; als je boos bent op iemand of bijvoorbeeld gefrustreerd vanwege een situatie, dan kan dat aan je gaan vreten. Je denkt er steeds over na, je boosheid blijft of verergert. Je wordt er uiteindelijk alleen maar ongelukkig van! En erger nog: het lost helemaal niets op, integendeel. Het kan je zodanig gaan beheersen dat ook andere mensen daar last van krijgen. Wrokkige, boze, mensen zijn voor niemand prettig in de omgang.

Kijk eens naar de huidige maatschappij? Hoeveel mensen zijn wel niet boos en ontevreden? Met als gevolg dat we in een land leven waarin mensen het enorm goed (kunnen) hebben maar vreselijk tegen elkaar te hoop lopen op sociale media, in de maatschappelijke omgang, in de politiek. Partijen zoals bijvoorbeeld de FvD en PVV zouden zonder de onvrede onder de burgers niet kunnen bestaan!

Onverwerkte boosheid leidt tot bitterheid tegenover mensen door wie je je bijvoorbeeld bedreigd of verkeerd behandeld voelt of die niet aan je verwachtingen hebben voldaan. Bitterheid verschaft voortdurend voedsel aan negatieve gedachten, woorden of daden ten opzichte van de mensen waarover je verbitterd bent. (Herschepping)

“… ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden. Want de woede van een mens brengt niets voort dat in Gods ogen rechtvaardig is. Wees daarom zachtmoedig en leg alle verdorvenheid en elk denkbaar wangedrag af …” — Jakobus 1:19-21, NBV2004

en in Spreuken lees je:

Ga niet om met een heethoofd, houd je niet op met een driftkop, opdat je niet dezelfde weg gaat als hij en voor jezelf een valstrik zet. — Spreuken 22:24-25, NBV2004

Wrok en boosheid maken de Heilige Geest, die in je woont, bedroefd(!) zegt de Bijbel

..bedroeft de heilige Geest Gods niet, door wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing. Alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek worde uit uw midden gebannen, evenals alle kwaadaardigheid. — Efez. 4:30, 31

Waarom is dat? De Heilige Geest woont in je, als je gelooft. Het is de bedoeling dat de Heilige Geest je zal leiden in je leven, om vooruit te kijken naar een mooi leven, samen met Jezus, maar dat kan niet als je zelf steeds met je rug naar de toekomst staat. Dat maakt de Heilige Geest, de geest van Jezus, bedroefd. Want hij is dan in je, maar kan niet in- en door je werken.

Wedergeboorte

“We komen uit het verleden, leven in het nu en zijn op weg naar de toekomst – dat geldt voor ons allemaal.” (Newstart).

Voor een Christen geldt dit nog veel meer! We kwamen vanuit de duisternis, leerden de Here Jezus kennen en werden deel van het Koninkrijk (het nú) en gaan op weg naar een heerlijke toekomst mét Hem.

Als je de gemiddelde zelfhulp-pagina op internet leest over dit soort onderwerpen dan klinkt het allemaal heel eenvoudig. Maar iedereen die worstelt met dit onderwerp, in welke zin dan ook, weet dat het niet zo werkt. De Bijbel laat zien dat om werkelijk te breken met het verleden, met je eigen gedachten die je gevangen kunnen houden, werkelijke wedergeboorte (een “nieuw schepsel” worden!) noodzakelijk is.

Toch hebben dit soort pagina’s raakvlakken met de Bijbelse boodschap.

    • Zie het verleden als een les

→ Bijbelse toepassingen hebben we hier zojuist behandeld! Het verleden is een les en daaruit kun- en moet je lering trekken.

    • Zie dat jij je best hebt gedaan met de kennis die je toen had. 

→ Petrus en Paulus besloten met hun beste weten en kunnen dingen te doen op een bepaalde manier. Dat was achteraf niet de beste weg. Gingen ze daar hun hele leven naar terug kijken en zich er door laten verlammen? Integendeel! Ze waren immers een nieuwe schepping geworden? Een nieuw mens, door Jezus?

    • Wrok naar anderen toe veroorzaakt pijn bij jezelf

→ Bittere wortel? Wrok? Boosheid? De Bijbel zegt:

Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden. (Hebr. 12:15).

Je pijn koesteren zorgt voor bitterheid, boosheid, wraakgevoelens. Daar ga je uit leven en handelen en het maakt je ongelukkig.

En zo schrijf men verder op Newstart:

“Wat je wel kunt doen is vandaag betere beslissingen nemen. Andere keuzes die leiden tot een beter resultaat. Dat verandert het verleden misschien niet, maar voorkomt wel dat negatieve ervaringen zich niet meer herhalen. Je beslissingen van vandaag veranderen de toekomt.”

De éérste keuze die je kunt maken om die nieuwe start en beter resultaat in je leven te krijgen? Kies voor Jezus! Dát is een beslissing die je leven werkelijk zal kunnen veranderen, mits je je daadwerkelijk bekéért en je oude leven loslaat! Dat geldt ook voor hen die de keuze voor Jezus al gemaakt hebben, het Koninkrijk zijn binnen gegaan, maar nog steeds vasthouden aan ‘het verleden’ (in positieve of negatieve zin). Het belemmert je om verder te groeien.

Heb jij Jezus waarlijk lief? Ga dan het Koninkrijk binnen en “reis” samen met Jezus het (geestelijke) land door. Dán kun je zijn schapen hoeden! Dán zul je een rots kunnen zijn waar anderen op kunnen bouwen!

___

Bronnen/geraadpleegd

Pinksteren, de Geboorte van de Gemeente

Pinksteren – de dag dat de kerk jarig is! En dat mogen we vieren!

Is het niet bijzonder om te zien dat er in het Oude Testament twéé “eerste dagen der week” waren die niet alleen voor Israël maar óók voor de Gemeente zó’n belangrijke rol spelen? En wat natuurlijk nog veel unieker is: dat we door deze twee feestdagen heen een profetische heenwijzing mogen zien naar Christus Jezus, die volledig vervuld is.

pentecost-061De grondslag van de gemeente, Christus´ opstanding, en het ontstaan  van de gemeente, Pinksteren. Beide op de éérste dag van de week, die dan ook de dag van samenkomst voor de gelovigen is geworden vanaf het éérste begin dat de gemeente bestond, vanaf de éérste dag! De kerk, de gemeente, viert dus niet voor niets haar samenkomsten op de éérste dag van de week, de zondag, en niet op de láátste dag van de week (de zaterdag oftewel de sabbat).

Met Pinksteren gebeurde het voor de Joden ondenkbare. Het was de openbaring van de Genade die God schonk aan iedereen, van elke ‘taal en natie’. Door het wonder van de talen liet God zien: iederéén kan tot het “Lichaam van Christus”, de gemeente, behoren.

Het spreken in talen, tegenwoordig vaak ‘tongentaal’ genoemd en zelfs in de moderne Bijbels zo vertaald en daar ook ten onrechte mee gelijkgesteld, had dit doel: de wereld openbaren dat God in Christus Jezus een ieder, IEDEREEN, die Hem aanroept redding wil schenken.

Dat was voor de Joden ondenkbaar. Zij waren het verbondsvolk, zij waren de uitverkorenen. En nu was die ‘uitverkiezing’ voor iedereen toegankelijk? En dan ook nog zonder je te onderwerpen aan de Wet? Daar kon men met zijn verstand niet bij.

Klik hier om de volledige prediking/verkondiging te lezen (PDF)

[Oorspronkelijk geplaatst: Juni 2014]

Wie ben ik?

2 kor 3:15-18 (HSV)
15 Ja, tot op heden ligt er, wanneer Mozes gelezen wordt, een bedekking op hun hart. 16 Maar wanneer het zich tot de Heere bekeert, wordt de bedekking weggenomen. 17 De Heere nu is de Geest; en waar de Geest van de Heere is, daar is vrijheid. 18 Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt.Wie_ben_ik

Het viel mij op dat Christenen in andere delen van de wereld zo anders zijndan ons. Ik heb een paar contacten op bijvoorbeeld Facebook met Afrikaanse Christenen. En het viel mij op dat Christenen in Europa, m.n. Nederland, op deze media verzwijgen dat ze Christen zijn.

De broeders en zusters in Afrika juist niet! Zij wensen elkaar God’s zegen toe op internet. Ze plaatsen delen uit Gods Woord die hen aanspreken op hun site. Foto’s van de kerkdiensten en evangelisatie-acties. Posters voor bijeenkomsten zoals speciale kerkdiensten, acties, …

Gemeente van Christus zijn houdt bij hen niet op zodra ze de kerkdeur uit gaan. En dat trof mij eigenlijk; dat enorme verschil tussen hoe men daar met de Here leeft en hoe wij hier met de Here leven. Hoe zij op internet andere gelovigen opzoeken, contact leggen, en elkaar bemoedigen. Hoe zij een getuigenis zijn – ook daar!

En zet dat eens af naar hoe wij dat doen? Vooruit, aanklikken dat je Christen bent en de Bijbel je favoriete boek is; dat durven sommigen nog wel. Maar elkaar bemoedigen via een publiek medium? We lijken te gruwen van de gedachte alleen al. Stel je voor dat je collega’s of buren dat eens zouden zien!

> Download/verder lezen (PDF)

Wanneer, en in wie, maakt de Heilige Geest woning?

De Heilige Geest woont in het hart van de mens  vanaf het moment dat deze gelooft in Christus Jezus als de Redder en Verlosser. Jezus, sprekend tot Zijn discipelen, vertelde hen dat de Vader hen de Heilige Geest zou zenden

namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.” – Joh. 14:17

Het is overduidelijk dat ‘de wereld’ –zij die Christus niet kennen en/of verwerpen- de Heilige Geest niet zullen ontvangen. Daarmee is direct de conclusie gerechtvaardigd dat zij die Christus wél kennen, de Heilige Geest wél ontvangen.

De énige voorwaarde voor het ontvangen van de Heilige Geest, de ‘doop met de Heilige Geest’, is dan ook: geloof. Daardoor neemt God, door Zijn Geest, namelijk ‘intrek’ in de mens, woont in hem.

“Al wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God.” – 1 Joh. 4:15

“Jezus antwoordde en zei tegen hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen.” – Joh. 14:23

Zie ook: Efeze 3:17, Openbaringen 3:20.

Het is natuurlijk zonder vraag dat dit geloof oprecht en waar moet zijn; wanneer iemand doet alsóf hij of zij gelooft, zal God géén inwoning in het hart van deze mens kunnen en willen maken.

Het is een misvatting te geloven dat de Heilige Geest pas in de gelovige woont ná de wedergeboorte; integendeel: Hij komt in ons op het moment van de wedergeboorte om ons daarmee te Heiligen en één te maken met Christus.

Woont de Geest in het hart van alle gelovigen?

Sommigen menen dat de constante aanwezigheid van de Heilige Geest alleen gegeven wordt aan ‘volwassen’ gelovigen. Of, dat men als gelovige eerst een bijzonder teken moet ervaren –bijvoorbeeld het zogenaamde “spreken in tongen”– als bewijs van de ‘vervulling met de Heilige Geest’.  Dat is echter niet juist. Het is absoluut zo dat de Heilige Geest in iedere gelovige woont; er zijn geen ‘uitwendige’ tekenen nodig als bewijs hiervan. Immers! Zónder de inwoning van de Heilige Geest kan niemand tot Christus behoren?

“Nu, omdat u kinderen bent, heeft God de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader!” – Gal. 4:6.

Met andere woorden; alléén zij die kinderen van God zijn kunnen, door de werking van Gods Geest, uitroepen dat God hun Vader is. Er zijn massa’s mensen op deze aarde, in deze generatie en voorgaande generaties, die konden getuigen dat God hun Abba, hun Vader, was –wat alleen door de inwoning van de Heilige Geest kan, zie eerder!- terwijl van hen bekend is dat zij niet ‘in tongen spreken’ of, sterker nog, dit ‘tongenspreken’ zoals wij dat tegenwoordig kennen, zelfs uitdrukkelijk verwerpen.

Kinderen van God

Doordat een gelovige de Heilige Geest in zich heeft wonen, is de gelovige een kind van God –reden waarom wij Hem, zie eerder, dan ook Vader noemen. Romeinen 8:9, 14 maakt dit overduidelijk:

“zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God.”

En niemand is hiervan uitgezonderd immers de Here zei zelf dat Hij en de Vader inwoning zouden maken -door de Geest- in de mens die tot geloof komt (zie eerder, Joh. 14:17, 23).

God is daarmee zeker niet de Vader van een ieder –zoals sommigen ten onrechte menen- en ook de Here Jezus maakt dit duidelijk wanneer Hij tot de farizeeën zegt:

“U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen.” – Joh. 8:44.

We kunnen dus stellen dat er twee ‘groepen’ van mensen zijn; zij die tot God behoren, middels wedergeboorte, en zij … die tot het rijk van de duivel behoren. Triest genoeg behoort een ieder die niet gelooft tot dit rijk der duisternis. Oók mensen waarvan wij menen ‘dat zijn toch goede mensen’? En ja, er zijn véél, héél veel, goede mensen. Mensen die handelen naar hun geweten, met respect jegens anderen. Toch behoren zij tot het rijk der duisternis in die zin dat zij het “eigendom” van satan zijn tótdat zij zich bekeren en daarmee intreden in het rijk van God.

Het gaat er niet om of je een goed mens bent, het gaat er om wat je wórdt na je wedergeboorte, namelijk een kind van God. En alleen zij die een kind van God zijn, hebben recht op deze door Hem beloofde erfenis: eeuwig te zijn met Hem.

Als bewijs –als “onderpand” zegt de Bijbel- hiervan ontvangt de gelovige de Heilige Geest 2 Kor 1:22, 5:5

“Die ons ook verzegeld heeft en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven heeft. [..]Hij nu Die ons hiervoor heeft toegerust, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft”.

We zijn “geadopteerd” door God, als Zijn Kinderen

“Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!”
Rom. 8:15.

De Geest, de Heilige Geest, is –om het zo maar eens te zeggen- “de Geest der Adoptie”. Dáárdoor, en alleen daardoor, zijn wij kinderen van God geworden – door de inwoning van die Geest!

Wanneer iemand nu stelt dat het bewijs van de inwoning van- of ‘vervulling’ met de Heilige Geest is dat men spreekt ‘in tongen’ of andere wondertekenen c.q. charismatische ‘gaven’ zich openbaren bij de gelovige dan zegt men feitelijk dat.. bij ieder waar zich die tekenen niet openbaren er géén sprake is van waar geloof! Maar uit het voorgaande blijkt dat er slechts één “teken” is namelijk: belijden van God, van Christus. Een ieder die gelooft en getuigt dat de Here Jezus de HEER is in- en van zijn leven immers is een kind van God en, zo zegt Gods Woord, kan dit alleen zeggen door de Heilige Geest die in hem (of haar) werkt! Dat is dan ook het ENIGE teken van de inwoning van de Heilige Geest welke wij kunnen en moeten erkennen: het getuigenis van de mens dat hij, of zij, de Here Jezus heeft aangenomen. En dat is ook het énige dat van waarde is voor de Here zelf!

“Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.” – Mat. 10:32.

En, zoals nu duidelijk zal zijn, dit belijden kan alleen door de inwoning van Gods Geest en de inwoning van Gods Geest is het onderpand van onze Hemelse toekomst en waardoor we het kindschap, de adoptie-rechten, hebben gekregen.

Zeker weten? Zeker weten!

Maar,… “maar”. Dat ene woordje, of soms twee: “Ja, maar..”. Wist u dat wanneer u op een stelling of opmerking antwoordt met “Ja, maar..” u eigenlijk zegt: “Nee”? U zegt wel “Ja”, maar voegt er iets aan toe of wilt er iets tegenin brengen. Waarmee u “Nee” zegt.

Het is mensen zo éigen om deze eenvoudige, Bijbelse, waarheid te ontkennen. Want, zien we niet liever iets ‘speciaals’ dat er moet gebeuren? Zien we niet liever dat we allerlei “charismatische gaven” ontvangen als “uiterlijke tekenen”? En dan gaan we een belofte als in Markus 16:17, 18 noemen:

“hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen zullen zij spreken; slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.”

Vreemd genoeg wordt deze belofte slechts gedeeltelijk toegepast, voorzover deze ons kennelijk uitkomt. Want,… “slangen zullen zij oppakken”.. “iets dodelijks drinken”? Nou, nee “zo gek zijn we nou ook weer niet”…

Deze tekst vinden wij dan ten eerste ook tussen ‘teksthaken’ en ten tweede worden zij niet gesteund door de parallel teksten. Het is daarmee dan ook zeer aannemelijk dat

  1. Deze tekst later toegevoegd is en;
  2. Zoniet – dat deze tekst bedoeld is geweest voor hen tot wie deze gesproken is: de Apostelen.

Er bestaat zoveel twijfel over dit tekstgedeelte, dat ik het persoonlijk nooit zou willen gebruiken om een dogma uit te dragen hieromtrent.

Zie ook: http://classic.net.bible.org/bible.php?book=Mar&chapter=16#n9

Daarnaast spreekt dit gedeelte niet over het uiten van onverstaanbare klanken, integendeel:

Grk “tongues,” though the word is used figuratively (perhaps as a metonymy of cause for effect). To “speak in tongues” meant to “speak in a foreign language,” though one that was new to the one speaking it and therefore due to supernatural causes.” (NET.Bible, Commentaar)

Spreken in “tongen” betekent dus niets anders dan “spreken in andere talen”, zie ook: https://bijbelstudie.info/webadmin/?p=644

Het antwoord op de “Ja, maar…” wordt door de Here zelf gegeven:

“17 namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. 18 Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom weer naar u toe. 19 Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, maar u zult Mij zien, want Ik leef en u zult leven. 20 Op die dag zult u inzien dat Ik in Mijn Vader ben, en u in Mij, en Ik in u.” – Joh. 14:17-20.

Veel mensen, veel gelovigen, denken dat het zo niet werkt. Ze zijn niet op de hoogte van het werk van de Heilige Geest. Redenen hiervoor zijn:

  1. Onbekend en onwetend
    Ze zijn totaal onbekend met het werk van de Heilige Geest – ze hebben onvoldoende kennis van Gods Woord en begrijpen niet hoe het zit. Dit gebrek aan kennis zouden ze kunnen en moeten opheffen door de bron van kennis tot zich te nemen: Gods Woord. Doen zij dit niet, dan vallen zij makkelijk ten prooi aan dwaling;
  2. Gebaseerd op “ervaringen”
    Anderen baseren hun geloof –ondanks dat zij enige kennis van zaken hebben- op “ervaringen”. De stelling “Ja, maar .. ik ervaar dit zo (of niet)” wordt bóven Gods Woord geplaatst. Het is on-Bijbels om op ervaring, op gevoel, te varen en niet op geloof en kennis van Gods Woord!
  3. Onbeleden zonden
    Een andere, belangrijke, oorzaak voor het niet kennen van het werk van Gods Geest is: onbeleden zonde. Onbeleden zonde zorgt er voor dat Gods Geest gedoofd wordt. Gods Geest woont in deze gelovigen maar wordt door henzelf bedroefd.

Wanneer we zeggen “Ja, maar…” dan willen we eigenlijk iets anders dan wat Gods Woord leert. Bijvoorbeeld dat we als gelovigen een ‘teken’ hebben ter ‘bevestiging’ van de inwoning van Gods Geest. Daarmee laten we ons, wanneer we dat willen, kennen als “zwakke gelovigen”. Zelfs on-gelovigen namelijk kunnen “onverstaanbare klanken” uitstoten; het is een verschijnsel dat in allerlei religieuze belevingen –die tot het rijk van satan behoren!- voorkomt. Een ieder die in één van bovenstaande categorieën valt (en zelfs een ongelovige), kan “in tongen spreken”. Het “spreken in tongen” of andere “cahrismati” zegt daarom niets, helemaal niets, over de inwoning van de Heilige Geest -laat staan dat het er een bewijs van is- of dat de persoon die in “tongen” (glossolalie)  spreekt wel een gelovige –een kind van God- is, integendeel.

De Kracht van de Heilige Geest

De Heilige Geest neerdalend als een duif
Een duif – vaak gebruikt als (Bijbels) beeld van de Heilige Geest

Er wordt, over het algemeen, veel gesproken over

  • de werking(en) van de Heilige Geest – tekenen, wonderen, e.d.
  • de vruchten van de Heilige Geest – Paulus noemt ze meerdere malen in zijn brieven, we denken aan zachtmoedigheid, liefde e.d.;
  • het werk van de Heilige Geest in z’n algemeenheid – bijvoorbeeld het feit dat iemand tot geloof komt als resultaat hiervan.

Over deze zaken zijn er heel veel uiteenlopende meningen en leringen. Ook over de ‘kracht’ van de Heilige Geest. Er is helaas veel verwarring en onduidelijkheid.

In deze prediking/korte studie wordt ingegaan op dit aspect: de Kracht van de Heilige geest, en wat dit voor ons persoonlijk kan betekenen.

> De kracht van de heilige geest (PDF)