Puriteinen, baptisme en dispensationalisme

Er is in Nederland steeds meer aandacht, vooral binnen Baptistische kringen, voor de puriteinen. Eén van die initiatieven is bijv. de Whitefield Stichting. Ook is er meer en meer aandacht voor de zogeheten “Reformatorische Baptisten”. Beweerdelijk wordt gesteld dat bijv. Spurgeon ook een ‘Reformatorische baptist’ was. Er zijn ook dispensationalisten die Spurgeon “tot hun kamp” willen rekenen. Beiden hebben echter ongelijk..

Uit de puriteinen, een beweging ontstaan binnen de Anglicaanse kerk, zijn diverse stromingen voortgekomen:

  1. zij die Anglicaans bleven (overgrote deel);
  2. een groot deel die ‘congregationalistich’ werden (= onafhankelijke kerken, wel Calvinistisch, kinderdopers);
  3. een deel werd baptist of sloot zich aan bij baptistische gemeenten.

De Baptisten kenden (kennen) als hoofstromingen in Engeland (en dus ook in de VS):

a. de “General baptists” => de baptisten die vergelijkbaar zijn met het baptisme op het vasteland van Europa (afkomstig vanuit m.n. Duitsland dan wel gerelateerd aan de ‘dopersen’ en, eveneens, het ana-baptisme);
b.   de “Strictly” of “Reformed” baptists. Volwassendoop, (hyper)calvinistisch.

Hoewel uit de puriteinen baptistenkerken zijn voorgekomen, zijn er ook baptistenkerken, ook in Engeland, die een andere oorsprong hadden namelijk al van voor de puriteinen (ana-baptisten, wederdopers e.d.).

Een naam die vaak gekoppeld wordt aan het ‘reformatorische baptisme’ en het puriteinse, (hyper)calvinistische, gedachtengoed is Charles Spurgeon. Hoewel Spurgeon duidelijk beïnvloed was door het Calvinisme, was Spurgeon zeker niet exclusief te rekenen tot de beweging van de ‘strictly’ of ‘particular’ baptists. Integendeel. Van Spurgeon is bekend dat hij de systematische theologie van één van de predikers die hem voorgegaan was als predikant in de New Park Street Baptist Church, John Gill –wiens werk bol stond van het hyper-calvinisme-, eens (krachtig) omschreef als: “een continent vol modder”. Dit ondanks het feit dat hij groot respect had voor John Gill’s werk en leven.

Now, it is my desire to be heard, and therefore I want to say that I am not calling for the rent; indeed, it is not the object of this book to ask anything of you, but to tell you that salvation is all of grace, which means, free, gratis, for nothing. [..] How I wish that you would accept it! If you are a sensible man, you will see the remarkable grace of God in providing for such as you are, and you will say to yourself, “Justify the ungodly! Why, then, should not I be justified, and justified at once?” Now, observe further, that it must be so­ that the salvation of God is for those who do not deserve it, and have no preparation for it. – C.H. Spurgeon

Spurgeon was de prediker van de blijde boodschap dat redding door Genade alleen plaatsvond. Hoewel hij geen dispensationalist was –en ook geen groot bewonderaar van zijn tijdgenoot Darby, integendeel, hij vond bijvoorbeeld Darby’s vertaling van de Bijbel een “werk vol betreurenswaardige fouten” en deelde Darby’s visie met betrekking tot de roeping van Israël en Gemeente niet– liet hij wel af en toe broeders uit de “open” vergaderingen voorgaan in zijn kerk en deelde hun premillenialisme (= de verwachting van de komst van een letterijk, duizendjarig, rijk – ook wel “Chiliasme” genoemd).

Hij geloofde niet in een ‘opname van de gemeente’, zoals Darby, Scofield c.s., maar dat de gemeente dóór de grote verdrukking heen op wonderlijke, bovennatuurlijke, wijze bewaard zou blijven totdat Christus komt en zo zouden de gelovigen het duizendjarige rijk binnengaan. Daarna zou dan de 2e opstanding plaatsvinden en alle ongelovigen geoordeeld worden.

Waarmee duidelijk is dat Spurgeon vasthield aan een letterlijke interpretatie van de Openbaring, zoals alle premillenialisten, en daarmee de allegorische interpretatie van Augustinus en de puriteinen/nadere reformatie et al verwierp.

Dit toont eens te meer dat het gedachtengoed van de (hyper)calvinistische puriteinen zéker niet “de” grondslag of heersende opvatting voor het baptisme in Engeland was. En dat de “prins der predikers” Charles H. Spurgeon ten onrechte gerekend wordt tot de ‘reformatorische’ baptisten.  Ook is duidelijk dat hij, hoewel er overeenkomsten zijn, niet tot de dispensationalisten gerekend kan en mag worden.

Bronnen:
>  Spurgeon – Door: Lewis A. Drummond
>  Charles H. Spurgeon and Eschatology – Door: Dennis Michael Swanson