Wat is Het Goede Nieuws voor onbesnedenen? Adoptie!

In de Galatenbrief, een brief die het Evangelie oftewel het Goede Nieuws voor de onbesnedenen bevat, staan een aantal opmerkelijke verzen waar mensen soms mee aan de haal gaan in onze moderne tijd.

» Download deze studie in PDF-formaat

Zo wordt Paulus, op basis van uit hun verband gerukte tekstgedeelten, door sommigen bijvoorbeeld als een “feministisch prediker” neergezet wanneer hij schrijft:

Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus. En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.” (Gal. 3:27-29).

Doopdienst - Daar is veel water
Met Christus bekleed – doopdienst aan open water

De nadruk die tegenwoordig gelegd wordt is vooral op het ‘gelijkwaardig zijn’. De tekst wordt dan aangehaald om te stellen dat de Bijbel leert dat “man en vrouw gelijk zijn”, dat er geen onderscheid is tussen “Joden en Grieken” oftewel zij die “van de besnijdenis zijn” en de “onbesnedenen”.

Context
Dat is niet juist. De context is hier de doop op geloof: “die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed” en wat we ontvangen door geloof: “overeenkomstig de belofte erfgenamen”.

De doop is immers het openbare teken dat iemand gelooft en dáárdoor (vers 29) érfgenaam is geworden. In dat ‘zoonschap’, het recht krijgen op en ontvangen van de erfenis, is géén onderscheid tussen hen die uit de besnijdenis zijn -de Joden- en de onbesneden heiden, “de Grieken”. Er is geen onderscheid tussen slaaf of vrije, er is geen onderscheid tussen man én vrouw.

Dat heeft dus niets met afkomst, gendergelijkheid of maatschappelijke positie te maken. Het heeft wél alles te maken met de plaats die wij ontvangen in Gods Koninkrijk; dat we allemaal “kinderen van één Vader” zijn geworden wanneer we tot geloof zijn gekomen en ons in gehoorzaamheid hebben laten dopen.

Het is daarom volstrekt misplaatst om deze tekst toe te passen op het vraagstuk van ‘gendergelijkheid’, gelijkhijd tussen de seksen, of een discussie over de vraag of het Joodse volk een andere positie heeft dan de gelovigen uit de heidenen – wat immers wél zo is, vergelijk wat Paulus hierover schrijft in bijvoorbeeld Romeinen 11.

Ook eerder in de Romeinenbrief is al duidelijk dat de Joden een bijzondere, bevoorrechte, positie hebben:

“Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven.” (Romeinen 1:16-17, NBG)

Erfgenaam door Adoptie

De doop is het uitwendige, openbare, teken van de “Adoptie” of “ aanname tot zoonschap”. Wat is dat? Waarom spreekt de Bijbel over “adoptie”?

Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming (adoptie, <5206>1) tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!” (Rom. 8:15).

Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven” (Joh. 1:12)

We zijn geadopteerd door God, als Zijn Kinderen, in de positie van zonen. En daarin wordt geen onderscheid tussen vrije, slaaf, jood, heiden, man en vrouw. Iedereen die gelooft heeft dit ‘zoonschap’ ontvangen.

Adoptie
In de Nederlandse vertalingen is dit woord verdwenen terwijl het in de Engelse vertaling wel gewoon staat, bijvoorbeeld in de NIV.

The Spirit you received does not make you slaves, so that you live in fear again; rather, the Spirit you received brought about your adoption to sonship. And by him we cry, “Abba, Father.”

In Galaten 4:5, Efez. 1:5 en Rom. 8:23 wordt eveneens hetzelfde woord in het Grieks gebruikt, allemaal (in de Engelse vertalingen) vertaald in: adoptie.

Ook in de ESV-vertaling is het weergegeven met “de geest van de aaname tot zonen ontvangen”. De voetnoot van de Telos vermeldt: “Lett: positie van zonen”.

Natuurlijk, “aanname tot zoon” = adoptie. Maar het springt er in onze vertaling minder opvallen uit dan wanneer gewoon het woord “adoptie” gebruikt zou zijn in onze Nederlandse vertalingen.

De HSV Studiebijbel schrijft over Rom. 8:15 het volgende: “Christenen zijn niet langer slaaf van de zonde, maar zijn aangenomen kinderen van God. Dat wordt bevestigd door de Geest Die in hen woont en die in hen uitroept dat God hun Vader is”. (HSV Studiebijbel, p. 1947, 4e druk, 2018).

Zoonschap
Tegenwoordig is het ‘not done’ om nog langer te spreken over ‘Zonen van God’ als het gaat over de gelovigen en maakt men er ‘kinderen van God’ van. Maar dat doet (eveneens) af aan waar het hier om gaat. Het ‘zoonschap’ betreft namelijk het ontvangen van bepaalde rechten.

Paulus schrijft deze brief aan de gemeente in Rome, de eerste Christenen leefden onder het bewind van de Romeinse overheerser, de maatschappij dacht- en deed als de Romeinen. De vergelijking met adoptie en het zoonschap moeten we dan ook in deze geschiedkundige periode plaatsen.

“Ook de Romeinen deden aan adoptie, veelal niet om kinderen een nieuw thuis te bieden, maar om erfopvolging te regelen. Wanneer de stamhouder van de familie op het punt stond om te sterven zonder een mannelijke erfgenaam te hebben kon een erfgenaam van een andere familie worden geadopteerd om de stamhouder op te volgen.” (IsGeschiedenis, zie ook Wikipedia)

Door geboorte ben je ‘naar het vlees’ erfgenaam. Dat waren de Joden. Door adoptie ontvang je echter ook (dezelfde) rechten op een erfenis. Sterker nog: en natuurlijke erfgenaam kon onterfd worden, maar, onder het Romeins recht kon een geadopteerde zoon niet onterfd worden!

“Adoptio is de aanneming als kind van iemand, die nog niet sui iuris was. Het middel hiertoe was een driemaal herhaalde mancipatio. De werkelijke vader stond door een driemaal herhaalde schijnverkoop zijn zoon af aan een tussenpersoon, die hem de eerste twee keren weer aan de vader teruggaf. De natuurlijke vader had namelijk het recht zijn kinderen te verkopen; maar als hij een zoon driemaal verkocht had, was de patria potestas verbroken. Na de derde schijnverkoop werd de zoon door degene, die hem nu in handen had, ten overstaan van de praetor afgestaan aan den adoptievader en aan deze door de praetor toegewezen (addictio). Hij gold nu als een wettige zoon van zijn adoptievader en voerde voortaan diens familie- en geslachtsnaam (J.G. Schlimmer – Z.C. De Boer, Woordenboek der Grieksche en Romeinsche Oudheid, Haarlem, 1920, p. 9). Een bijzondere vorm van adoptio was deze, dat een erflater bij testament iemand tot erfgenaam en tevens tot zoon aannam. Onder welke vorm de pater naturalis dan zijn toestemming gaf, is niet bekend.” (Aantekeningen bij de Bijbel)

“In de tijd van Paulus was het niet ongebruikelijk dat de Romeinse keizer veel zonen had, maar als hij een zoon moest kiezen die hem zou opvolgen als keizer, dan ‘adopteerde’ hij die zoon óók nog eens. Daarna zouden alle wettige rechten en aanspraken van het keizerrijk overgaan op de geadopteerde zoon. Het doel van adoptie was juridisch – het verzekerde de zoon van de volle erfenis die hem wachtte.” (Derek Prince Ministries)

Keizer Augustus, Tiberius, Caligula (een tiran), zijn vader Germanicus en Nero waren ook geadopteerd en opgevoed als ware ze eigen zonen. Ze werden opgeleid door de beste leraren van het Romeinse rijk. Zij waren geselecteerd op basis van hun talent. Adoptie was niet beperkt tot kinderen (jongens), ook een volwassen man adopteren als zoon.

Paulus verwijst in zijn brieven dus naar het alom bekende verschijnsel van onder andere de Adoptiefkeizers. Daarom spreekt hij in het bijzonder over “aanname tot zoonschap”. Als in: “aangenomen tot erfgenaam”. Immers, dát was het voorrecht van de zoon? Hij was de érfgenaam van zijn vader!

Erfgenamen
Meisjes, vrouwen, hadden in die tijd géén- of nauwelijks aanspraken op de erfenis. Laat staan dat ze de “pater familias”, het hoofd van de familie, konden worden (zeer grote uitzonderingen daargelaten)!

Vandaar dat het dés te opmerkelijker is dat Paulus schrijft dat er in Christus geen verschil is tussen man en vrouw aangaande het ‘zoonschap’ c.q. het erfgenaam worden. We hebben allemáál precies dezelfde erfenis ontvangen ongeacht onze achtergrond, maatschappelijke positie of sekse, als we worden ‘aangenomen tot zonen’ – of wellicht beter gezegd: ‘aangenomen of gesteld tot erfgenamen’.

Het Romeinse Rijk was, voor vrouwen, een zeer onprettige maatschappij. Meisjes mochten, als ze al naar school gingen, maar tot hun 12e jaar naar school en trouwden vaak al op zeer jonge leeftijd, vanaf ongeveer hun 12e tot 14e jaar. Tegenwoordig zouden we dit een kindhuwelijk noemen…

Dit was niet een huwelijk uit liefde, dat is een verschijnsel van de afgelopen eeuwen. De vader bepaalde aan wie zijn dochter werd uitgehuwelijkt. Vrouwen hadden een gemarginaliseerde positie in de antieke wereld waarvan we tegenwoordig zo hoog opgeven!

In die zin waren de christelijke opvattingen en de omgang van Christenen met kinderen, zieken en vondelingen schokkend voor de Romeinen (waar een mensenleven niet telde) en werden zelfs als “staatsgevaarlijk” beschouwd omdat zij de maatschappelijk aanvaarde Romeinse gebruiken en gewoonten – waaronder op het gebied van het familierecht en positie van vrouwen en slaven – ondermijnden.

Goede Nieuws voor onbesnedenen

“Maar integendeel, zij zagen dat aan mij het Evangelie [Goede Nieuws] onder de onbesnedenen2 toevertrouwd was, zoals aan Petrus dat onder de besnedenen3.” (Gal. 2:7).

Om meerdere redenen was het geloof, de bevrijding die het bood in Christus, daarom een verademing en Goed Nieuws voor onbesnedenen, voor heidenen.

Hun leven veranderde door de boodschap die het Christendom bracht. Niet alleen kreeg men zicht op een Hemelse erfenis en récht daarop door de “adoptie tot Zoonschap” (óók voor vrouwen en slaven, die indertijd maatschappelijk “niets voorstelden”) maar het had ook voor hun gezin, familie, onderlinge omgang met elkaar en uiteindelijk veranderde door de opkomst van het Christendom de hele westerse, Europese, maatschappij ten goede.

Zoals ik eerder al aangaf, in de Galatenbrief, zoals bijvoorbeeld in Gal. 3:27-29 zien we dan ook niet dat Paulus opeens een andere maatschappelijke orde voorstaat of predikt maar dat hij duidelijk maakt dat de érfenis, de ‘adoptie tot zoonschap’, voor een ieder openstaat – ongeacht wie je bent, wat je bent, of waar je vandaan komt. Er is geen enkele positie (Mannen, Jodendom, Vrije Romein) waardoor je een streepje voor hebt, er is ook geen enkele positie (Vrouwen, Slaven, Heidenen) waardoor je achtergesteld wordt; iedereen heeft gelijke rechten en aanspraken op de Hemelse positie en erfenis in- en door Christus Jezus.

Onterven?
Zoals ik eerder aangaf kan aan natuurlijke kinderen de erfenis worden ontnomen. Rom. 11:15 verwijst hiernaar. Maar tevens schrijft Paulus in Romeinen 11 over het herstel van Israël: “wat betekent dan hun aanneming [próslēpsis] anders dan leven uit de doden?”.

Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden [adoptie tot zoonschap], door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil [..] opdat wij tot lof van Zijn heerlijkheid zouden zijn, wij, die al eerder onze hoop op Christus gevestigd hadden. (Efez. 1:5-12)

Wij zijn erfgenamen geworden, zo leert de Bijbel. In volle rechten. We mogen deze erfenis ópeisen zelfs (Joh. 1:12). Niet omdat wij dit zelf hebben verdiend maar omdat Christus dé erfgenaam is en wij daarin, door (ons geloof in) Hem, mogen delen.

Om deze erfenis te ontvangen is het wel noodzakelijk de Here Jezus te aanvaarden als Redder en Verlosser en als uitwendig teken daarvan de doop te ondergaan. Vandaar ook dat de doop alleen ná de wedergeboorte toegepast kan worden. Een “kinderdoop” is, afgezien van de kerkelijke traditie hieromtrent, niet van waarde. Zeker niet in dit verband.

Het is een énorme erfenis die wij mede mogen ontvangen omdat we mede-erfgenamen van Christus zijn geworden door de bekering en wedergeboorte. Een adoptie, een “zoonschap” oftewel stellen tot erfgenaam, dat zijn gelijke niet kent!

1) Biblehub, Romans 8:15 N-GFS

GRK: ἐλάβετε πνεῦμα υἱοθεσίας ἐν ᾧ
NAS: a spirit of adoption as sons by which
KJV: the Spirit of adoption, whereby
INT: you received a Spirit of adoption whereby which

2) Onbesnedenen, https://classic.net.bible.org/strong.php?id=203

3) Besnedenen , https://classic.net.bible.org/strong.php?id=4061

Overige bronnen en commentaren:
– Studiebijbel HSV
Classic NET Bible
Statenvertaling, kanttekeningen
– TELOS, HSV, ESV en NBG Bijbelvertaling
– “Een antiek ideaal”, Prof. Karin Neutel, Umeå University, Zweden

Print Friendly, PDF & Email