Tag: zonde

Ajacieden, huichelaars en de kerk

De Kerk zit vol met huichelaars

Er zijn heel veel mensen die ‘fan’ van Ajax zijn terwijl ze nog nooit in het stadion zijn geweest. Laat staan dat ze een seizoenskaart hebben. Ze kijken op TV de wedstrijden. Dragen er in de vakantie een shirtje van. Praten er op het werk over.

Ajacieden, huichelaars en de kerk

Afbeelding van ©Pixabay

Maar zodra de club verliest keren ze zich tégen de club, haar trainer of het bestuur. Het zijn géén echte “Ajacieden” die ook de club steunen en er voor gaan bij een verloren wedstrijd, maar alleen maar in naam ‘fan’ van Ajax.

Als u zo’n “Ajax-fan” tegenkomt vertegenwoordigt die de echte fans in uw ogen? Of beschouwt u zo’n persoon als huichelaar?

Miljoenen mensen zijn in naam christelijk, soms zelfs lid van een kerk. Ze sturen hun kinderen naar de christelijke school, bezoeken wel eens de kerk met hoogtijdagen of soms zelfs elke zondag maar.. zijn helemaal niet gelovig. Zodra er een beetje tegenwind in hun leven is, “vloeken ze als een bootwerker”. Ze leven een leven dat niet in overeenstemming is met wat de Bijbel leert.

Als u zo’n christen tegenkomt, vertegenwoordigt die de échte “Jezus-fans”? De échte gelovigen?

Christenen zijn geen perfecte mensen. Ze zijn niet ‘zondeloos’. Absoluut niet. Net als dat er onder de die-hard Ajax fans ook groepen en mensen zijn die ook niet bepaald lieverdjes zijn. Toch weerhoudt dat veel mensen niet om toch naar het stadion te gaan om te genieten van de wedstrijd en zichzelf Ajax-fan te noemen. Eén te zijn met elkaar in het ‘clubgevoel’, één te zijn in het aanmoedigen van hun team.

Huichelaars

Eén van de argumenten van mensen om het christelijke geloof af te wijzen is precies dit: “De kerk zit vol huichelaars”. Huichelaars vind je overal. Bij de voetbalclub. Bij de vakbond. Op school. Op je werk. Is dat een reden om weg te blijven bij een club, vereniging of organisatie? Blijf je bij de voetbalwedstrijd weg, ben je geen fan meer van ‘de club’ omdat er hooligans rondlopen?

Ieder mens is voor zichzelf verantwoordelijk. Dat er binnen de kerken mensen te vinden zijn die, hoewel ze beter zouden moeten weten, zich toch niet gedragen naar wat de Bijbel onderwijst is géén excuus om daarmee de boodschap van de Bijbel te verwerpen.

Je doet jezelf tekort als je je daardoor laat weerhouden om Jezus te leren kennen.

Jezus heeft nooit bestaan

Dat Jezus daadwerkelijk hier op aarde is geweest, leidt geen enkele twijfel. Geen historicus zal dit met droge ogen kunnen ontkennen of hij of zij neemt zijn eigen vak niet serieus.

De bovenstaande video gaat hier heel helder en wetenschappelijk verantwoord op in.

Ik heb Jezus niet nodig!

Het is lastig om aan de buitenkant uit te maken of iemand een goed mens is of niet. Ook al ben je nog zo’n goed of oprecht mens, geef je ieder wat hem of haar toekomt, leef je keurig volgens de wet- en regelgeving zoals bijvoorbeeld alle verkeersregels en is er zelfs nog nooit een leugen uit je mond gekomen…

Wat wel duidelijk is, is dat iedereen onderhevig is aan bederf. Zelfs de meest keurige mensen!

Wat bedoel ik daar mee? Dit: zodra je geboren wordt, is het ‘bederf’ al in je aanwezig. Een mens ‘wordt geboren om dood te gaan’ zeggen ze wel eens. Een uitspraak die ik laatst hoorde van iemand: “Eén ding staat vast in dit leven: je gaat er aan dood”. En doodgaan, dat is een vorm van bederf. Een prachtige vrucht die geplukt wordt zal op een dag bederven. Hoe kan dat? Omdat op het moment dat de vrucht geplukt is het sterfproces in gang wordt gezet.

Zo werkt dat ook bij mensen. Zodra we geboren zijn wordt, omdat we ‘losgesneden’ zijn, het sterfproces in gang gezet. Een nare gedachte wellicht – maar iets waar we toch niet aan ontkomen.

Dat bederf wordt in de Bijbel ook genoemd. Er is van alles wat, gaande je leven, dat bederf beïnvloed. De een raakt eerder ‘bedorven’ dan de ander. Dat noemt de Bijbel: zonde.

Jezus heb je wél nodig. Vanwege dat bederf, de zonde. Jezus was een goed mens. Net als bijvoorbeeld Gandhi, Martin Luther King en heel veel andere ‘goede mensen’. Maar Hij deed iets wat al die ándere goede mensen niet hebben gedaan. Jezus leefde niet alleen een leven waarin hij goed was voor andere mensen en een goed voorbeeld was. Hij was zelfs bereid om te stérven voor de unieke boodschap die Hij onderwees.

Deed Gandhi dat? Kon Marten Luther King dat?

Unieke boodschap

Door te sterven bewees Hij dat Zijn Boodschap de volstrekte, unieke, waarheid was die het bederf, de zonde, een halt kon toeroepen. Hij deed namelijk iets dat nooit eerder gebeurd was: Hij stond op uit de dood. Hiervoor is méér dan afdoende bewijs. Dit artikel gaat daar bijvoorbeeld op in.

“Twee bekende, voormalige atheïsten erkenden onlangs op de conferentie ‘Truth for a New Generation’ dat zij er zeer van overtuigd zijn dat Jezus Christus werkelijk is opgestaan uit de dood. Eén van hen is detective J. Warner Wallace, die bekend is van het oplossen van moordzaken die al tientallen jaren geleden hebben plaatsgevonden.” – CIP

We leven in een bedorven wereld Filippenzen 2:15 HTB en zijn zelf aan bederf onderhevig. Dat bederf kan gestopt worden. Door de Boodschap van Jezus te aanvaarden is het niet alleen zo dat je na je dood verder mag leven, in de Hemel, met Hem maar dat je leven op aarde, nú dus al, verandert. En dat is niet zomaar een verandering. Het is een verandering die je leven een stuk beter maakt.

Een verslaafde man

Afgelopen zaterdag kwam ik op straat een man tegen die evangelisatiefolders uitdeelde. Hij kwam bij mij op het bankje zitten waar ik zat te wachten op mijn vrouw die in een winkel was binnen gegaan. We raakten in gesprek en hij vroeg mij naar welke kerk ik ging. Toen ik zei ‘ik ben Evangelisch’ reageerde hij blij: “Ik ook! Ik ben jarenlang verslaafd geweest aan de harddrugs en toen kwam ik iemand tegen van de Evangelische Gemeente en die heeft mij bij Jezus gebracht! Ik ben van de drugs af en ga hier naar het centrum om andere mensen naar Jezus te brengen!”

Dat is slechts één voorbeeld van een leven dat totaal veranderd is. Waar het bederf nú al gestopt is. Want, zodra je gaat geloven ben je vanaf dát moment een mens die bij Jezus hoort. Niet pas ná je dood. Geloven is niet een ‘verzekering voor een leven na dit leven’, geloven betekent dat je leven nu, hier en nu, gaat veranderen – en dat in een goede zin.

Maar ik ben nog niet goed genoeg

Sommige mensen denken dat je eerst ‘een goed mens’ moet zijn om christen te mogen worden. Ik haal niet voor niets het voorbeeld van de verslaafde man aan. En in de Bijbel staan ook voorbeelden van mensen die “slecht” waren volgens de maatschappelijk normen: prostituee’s, oplichters (frauderende belastingambtenaar), mensen die met occulte zaken bezig waren. Zei Jezus tegen ze dat ze éérst een goed mens moesten worden voor ze bij hem mochten horen? Intégendeel! Hij zei dat júist zij bij Hem mochten komen!

“Jezus zei tegen hem: ‘Er is vandaag redding gekomen in uw huis. Nu bent u echt een zoon van Abraham. Ik, de Mensenzoon, ben gekomen om afgedwaalde mensen te zoeken en te redden.’” zei Hij tegen de frauderende belastingambtenaar in Lucas 19.

Wat verandert er dan allemaal?
– “Wat kan dat leven met Jezus mij dan bieden wat ik nu nog niet heb? Ik heb toch alles al? Een mooi huis, een goede baan, een leuk gezin..”

– “Wat levert mij dat dan op? Hoe kan Jezus mijn problemen oplossen? Ik zit in de schuldhulpverlening, mijn vrouw is bij mij weggegaan, ik ben mijn baan kwijt, mijn vrienden zien mij niet meer staan.. gaat hij dat oplossen dan?”

Zomaar twee volledig tegengestelde situaties. Maar ze zijn inwisselbaar.

Ik heb in het verleden zelf gezien, toen ik werkte voor een uitkerende instantie, wat het kan betekenen wanneer mensen hun baan kwijtraken. Hoe een gezin daar onder te lijden kan hebben. Gezien en ervaren wat er gebeurt wanneer de dood een gezin treft. Schulden zich opstapelen in gezinnen. De ellende in sommige levens is niet te overzien.

Je kunt rijk zijn, gezond, alles hebben. Dat je tegen jezelf zegt, “Rust eens lekker uit, eet, drink en geniet.” en een hele lange sabbatical neemt of met pensioen gaat. Maar dan is daar opeens het einde: “Dwaas! Vannacht zult u sterven. En wie krijgt nu alles wat u achterlaat?” Lucas 12:19,20.

Vroeger had ik een buurman, hij had altijd hard gewerkt. Ging met vroegpensioen en wilde gaan genieten van het leven. Hij ging na zijn pensionering op een lange reis, kwam ziek terug en stierf vrij snel daarna aan kanker. En dan?

Wat heb je er aan om Christen te zijn in het leven van elke dag? Dit: dat je er niet, nooit, alleen voor staat. Jezus kan je helpen in de dagelijkse beslommeringen, zorgen. Maar ook je successen met je ‘meevieren’. Hij geeft moed en kracht, Hij staat naast je – elk moment van de dag! Hij leert je wat het is om God te kennen. Hij geeft je vrede ‘in je hart’. Dat je rust mag krijgen. Hij helpt je je angsten te overwinnen, of – zoals ik aanhaalde – je verslaving(en) onder controle te krijgen.

Jezus kan rust brengen in je rusteloze leven – of het nou een leven is dat rusteloos is door geldzorgen of juist een leven dat rusteloos is doordat je altijd bezig bent met ‘succesvol’ te worden.

Wanneer je besluit Jezus te leren kennen, Hém te gaan volgen, is vanaf dát moment het bederf in jouw leven stopgezet en ben je “een kind van God”. Ben je deel geworden van het “koninkrijk van God” en krijg je een ander, een béter, leven.

Deuteronomium 30:19 (HTB) zegt het heel helder: “Hemel en aarde zijn mijn getuigen dat ik u vandaag de keus heb gegeven tussen leven en dood, zegen en vloek. Kies dan toch het leven, zodat u en uw kinderen mogen leven!”.

Waar kan ik dat dan vinden?

De Bijbel App nu downloaden - 100% GratisIn de Bijbel kun je, uiteraard, alles lezen hierover. Maar waar moet je beginnen? Als je nog nooit de Bijbel hebt gelezen, zoek dan het “Evangelie van Johannes” op. Dat is het meest begrijpelijke deel dat vertelt over Jezus en Zijn boodschap.

Je kunt een Bijbel in elke boekwinkel of bibliotheek vinden. Of gratis downloaden op je telefoon zie https://www.bible.com/nl/app

Terug Naar Het Oude Normaal: VRIJHEID!

Terug Naar Het Oude Normaal: VRIJHEID!

Vanochtend de krant al gelezen? Of het nieuws online gezien of gehoord op de radio?

We hebben onze vrijheid terug!

De corona-maatregelen zijn afgelopen weekend bijna allemaal afgeschaft. We ‘mogen weer’. De winkelstraten waren weer druk dit weekend. Ik was er zelf ook te vinden. Er moest namelijk dringend wat kleding worden gekocht.

De mondkapjes mogen af, want de besmettingen zijn enorm gedaald en een groot aantal mensen zijn, net als ik zelf, gevaccineerd. Dus kunnen we weer in vrijheid gaan en staan waar we willen…

Is dit vrijheid?

  • Zijn we ‘vrij’ als we geen mondkapjes meer hoeven te gebruiken?
  • Zijn we ‘vrij’ omdat we weer ‘gewoon’ bezoek mogen ontvangen en verjaardagen kunnen vieren?
  • Zijn we vrij omdat we weer naar het buitenland op vakantie kunnen gaan?
  • Zijn we vrij omdat we weer in de file mogen staan om naar kantoor te rijden?
  • Zijn we ‘vrij’ omdat we weer voetbal op grote schermen mogen kijken en er een ‘oranjemars’ gehouden kon worden?
  • Zij we vrij omdat we weer kunnen uitgaan?
  • Zijn we vrij omdat we weer kunnen doen en laten wat ons zelf goeddunkt?
  • Zijn dit ‘vrijheden’ die ons, uiteindelijk, ook maar iets opleveren?

Het Oude Normaal

Ik schrok er een beetje van wat ‘terug naar het oude normaal’ kennelijk ook lijkt te betekenen: dronkenschap, vechtpartijen, steekpartijen die heel slecht afgelopen zijn voor verschillende slachtoffers,..

Terug naar ‘normaal’. Onze ‘vrijheid’ terug. Voor sommigen betekent het zelfs dat ze nu mensen die, uit voorzorg, een mondkapje blijven dragen bedreigen.

Waren we onze vrijheid werkelijk kwijt? Is vrijheid dan per definitie kunnen doen en laten wat je wilt – dronken worden, geweld, elkaar neersteken..

Dat ‘oude normaal’, is dat eigenlijk wel zo normaal?

Het viel de politie al geruime tijd op dat tijdens de pandemie de criminaliteitscijfers flink gedaald waren. Nu stijgen ze weer snel.

Vanmorgen stuurde een vriend van mij, uit Amerika, een staatje met criminaliteitscijfers. Die zijn daar, sinds de opheffing van veel maatregelen, geexplodeerd. In één van de steden, Portland, was het aantal moorden zelfs met meer dan 500% gestegen ten opzichte van één jaar geleden!

USA - stijging criminaliteit
Stijging aantal moorden en schietpartijen in de VS. FoxNews stelt, hoe kan het ook anders, dat de oorzaak ligt in de eis van de BLM om de politie ‘aan te pakken’ (defunding) en niet aan het einde van de corona-maatregelen.

Vrij van de ‘gerechtigheid’

Terug naar het ‘oude normaal’, naar ‘de vrijheid. De maatschappij verlangt er naar terug te keren naar het oude, bandeloze, leven. Een leven in het teken, ook, van “vrij in zonde leven”.

Romeinen 6-20 HSV

In de vertaling van ‘Het Boek’ staat het als volgt: “Toen de zonde uw meester was, had de rechtvaardigheid geen vat op u. En wat was daarvan het resultaat? Dat u dingen deed waarvoor u zich nu schaamt, dingen die uitlopen op de dood.” (v. 20,21)

De vrijheid waar iedereen zo naar verlangde, zelfs veel christenen, is een vrijheid die geen werkelijke vrijheid is. Nog afgezien van het feit dat de beperkingen slechts beperkingen waren op het gebied van maatschappelijke bewegingsvrijheid en niet op het gebied van vrijheid van meningsuiting. Laat staan dat ons ook maar een stroobreed in de weg werd gelegd op allerlei andere gebieden.

Er was alle vrijheid, en die is nooit aangetast, te denken, zeggen, geloven en voelen wat we willen. Dat is een grondwettelijk recht. Dat is nimmer aangetast.

Ben je werkelijk ‘vrij’ of alleen maar vrij om je leven in zonde weer op te pakken? Dat is een vrijheid die alleen maar uitloopt op de dood. Dat is het eindstation. De ééuwige dood.

Echte vrijheid heeft niets te maken met een anderhalve-meter maatschappij, mondkapjes of vaccinaties wel- of niet nemen. Echte vrijheid is gééstelijke vrijheid. Ongebonden zijn aan “de zonde”. Dat is vrijheid die alleen Jezus je bieden kan.

De zonde betaalt een hard loon: de dood! Maar de genade van God geeft wat niemand verdient: eeuwig leven met Christus Jezus, onze Here. (Lees verder: Rom 6, Het Boek).

Het verleden loslaten - onnodige ballast in je leven die je gevangen houdt

De bekering van Petrus: het verleden loslaten

Je kunt het verleden niet meer veranderen. Het bestaat alleen in je gedachten.” (NewStart)

De bekering van de Apostel Paulus is één van de bekende gebeurtenissen in het Nieuwe Testament. Paulus, de Schriftgeleerde, die de christenen vervolgde en ze voor het gerecht bracht en liet ombrengen – onder andere middels steniging.

Het verleden loslaten - onnodige ballast in je leven die je gevangen houdt

Hij, die een vijand van de christenen was, werd één van de belangrijkste christelijke leiders. De eerste “christen theoloog” was de Apostel Paulus. Zijn brieven bevatten veel inzichten en leringen die we tot op de dag van vandaag onderwijzen.

Download dit artikel in PDF-formaat

Er zijn er zelfs die zover gaan dat ze zichzelf ‘paulinische christenen’ noemen. Iets waar Paulus zelf, want dit verschijnsel kwam al bij zijn leven voor, absoluut geen voorstander van was getuige 1 Kor. 1:12-13 waarin hij schrijft:

“Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Paulus! En ík van Apollos! En ík van Kefas! En ík van Christus! Is Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt?”

Het verleden van Paulus

Paulus had moeite met zijn eigen gedragingen, met zijn verleden als vervolger. Zo was hij bijvoorbeeld toezichthouder bij de steniging van Stefanus.

Hij haalt het ook aan in de brieven die hij schrijft. Zijn verleden was iets dat tegen he gebruikt kon worden en ook werd. Maar het was ook iets waar hij zich, binnen het Jodendom, op kon beroepen – iets waar je menselijk gesproken ‘trots’ op kon zijn. Maar hoe ging hij er mee om? Hij, de Schriftgeleerde uit de Farizeeën, keek terug op die tijd en noemde het “vuilnis” – dat wil zeggen: als hij het vergeleek met de gerechtigheid door geloof in Christus:

Indien een ander meent op vlees te kunnen vertrouwen, ik nog meer: besneden ten achtsten dage, uit het volk Israël, van de stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër, naar mijn ijver een vervolger van de gemeente, naar de gerechtigheid der wet onberispelijk. Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof. – Fil. 3:4-9

Maar in vers 14 concludeert hij vervolgens:

“vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.”

Met andere woorden: hij richtte zich op de tóekomst en bleef niet oeverloos hangen in het verleden. Dat heeft een reden. De Here Jezus maakte namelijk duidelijk dat we niet altijd achterom moeten kijken. Dat werkt namelijk verlammend, want je blijft dan ‘hangen’ in het verleden waardoor je niet meer vooruit komt en het (geestelijke) werk dát je wilt doen lukt dan ook niet.

Een boer die het land bewerkt
Een boer die het land bewerkt moet vóór zich kijken

Kijk niet achterom..

“Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods.” – Lucas 9:61

Jezus trekt de vergelijking met een boer die aan het ploegen is. Als een boer achterom kijkt, kan hij niet ploegen. Hij moet vóór zich kijken, “naar de toekomst”. In geestelijke zin: het Koninkrijk Gods.

Dit Koninkrijk Gods wordt je deel van, betreed je, zodra je tot geloof komt. Op dat punt aangekomen is het verleden (zoals Paulus ook zegt) linksom of rechtsom “vuilnis” – zélfs als dat een verleden is waar je vreselijk trots op bent of kunt zijn, menselijk gesproken.

Als je maar blijft terug kijken naar het verleden, of het nou positief of negatief is, kun je niet meer vóóruit en niet nuttig zijn voor- of binnen het Koninkrijk Gods. Je bent dan wel wedergeboren, maar groeit niet verder in je geloof en kunt voor anderen óók niets betekenen..!

Je bent dan in feite ‘de grens gepasseerd’ en het ‘geestelijke koninkrijk binnen gegaan’ maar blijft daar vervolgens staan en ontdekt niet wat er allemaal voor moois ligt voor je en wat er allemaal te ontdekken is in het Koninkrijk Gods!

Er is een groot probleem met het verleden: je kunt het niet meer veranderen. Hoeveel tijd je ook doorbrengt met fantasiescenario’s, hoeveel denkbeeldige discussies je ook voert met fictieve personen: er verandert helemaal niets. (NewStart)

Hoe is het mogelijk dat de Bijbel tweeduizend jaar geleden daar al over schreef, dat Paulus dat al wist hè? Dat Jezus zei ‘kijk niet achterom als je gaat ploegen’. We denken tegenwoordig allerlei nieuwe dingen te ontdekken, maar zoals je ziet: dat is niet het geval. Of, zoals de Prediker al zegt:

“Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon.” – Prediker 1:9.

Paulus had had geleerd om te gaan met zijn verleden; hij schrijft “ik heb de gemeente Gods bovenmate vervolgd en getracht haar uit te roeien” (Gal. 1:13).

Maar het beperkte hem niet meer, hij keek er niet continue naar terug. Na zijn bekering nam hij de tijd het een en ander op een rijtje te zetten en vertrok naar Arabia (het rijk van de Nabateeërs, waar de bekende plaats Petra de hoofdstad van was) en vervolgens naar Damascus.

Pas na na drie jaar, ik neem aan een periode om niet alleen de Schriften te bestuderen nu hij er nieuw licht op had ontvangen maar óók om te leren omgaan met wat er allemaal gebeurd was, gaat hij dan naar Jeruzalem naar Petrus en Jakobus om met hen te praten. Over zijn bekering, over zijn inzichten de hij van de Here had ontvangen. Om hun mening daarover te vragen en om hun fiat te krijgen naar de Heidenen te gaan om het Evangelie te brengen.

Hier zie je dus wat er gebeurt als iemand “het verleden loslaat” – er rust een enorme zegen op het leven van Paulus en zijn werk in- en voor het Koninkrijk Gods is ongeevenaard!

Petrus’ bekering

Van Paulus is het ‘bekeringsmoment’ heel helder. Bij Petrus is dat een beetje anders. Zo zie je dat ieder mens een eigen ‘bekeringsgeschiedenis’ kan hebben. Sommige mensen groeien op in een gelovig gezin en krijgen het zo, als kind, al meegegeven (sommige noemen dat “indoctrinatie” maar dat is een negatief woord, alsof je gehersenspoeld zou zijn).

Petrus loochent dat hij Jezus kent - Rembrandt, 1660
Petrus loochent dat hij Jezus kent – Rembrandt, 1660

Petrus was door zijn broer Andreas (letterlijk) “tot Jezus geleid” (Joh. 1:43). Zowel Andreas als zijn broer Petrus verwachtten de Messias. Wat er op duidt dat ze gelovige Joden waren.

Petrus werd een leerling van Jezus en ontdekte gaandeweg de Waarheid. Hij geloofde de woorden van Jezus, zag de wonderen als een bevestiging er van. Werkte actief mee in de verkondiging van het (aanstaande) Koninkrijk der Hemelen.

Toch lezen we in Lucas 22:32 dat Jezus zegt:

“Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken. En gij, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen”

Betekent dit dat hij toch níet bekeerd was? Dat kan toch eigenlijk niet kloppen? Immers we lezen eerder al meerdere keren hoe Petrus over Jezus denkt? Ds. P. van de Voorde schrijft op Refoweb hier over:

Petrus was inderdaad bekeerd, in de zin van wedergeboren en een gelovig volgeling van Jezus. Maar het woord “bekering” wordt in de Bijbel soms ook gebruikt in het leven van een kind van God. Het gaat dan om bekering van een bepaalde zonde. Die zonde was bij Petrus duidelijk hoogmoed. Hij had nog hoge gedachten van zichzelf en dacht dat hij in eigen kracht Jezus zou kunnen volgen, ongeacht het lijden dat dit met zich mee zou kunnen brengen.

En vervolgens schrijft hij:

Hier zit een les in voor onze tijd. We kunnen heel enthousiast in een gemeente, Bijbelstudiegroep of gebedsgroep ons steentje bij dragen. Maar hoe doen we dat? Vanuit welke gezindheid? Als iemand nog –misschien onbewust– hoge gedachten heeft van zichzelf, versterkt hij niet, maar werpt hij mensen terug op zichzelf. Veel opdrachten: bidden, veel lezen, veel strijden tegen de zonde, enz. Het kernwoord is dan “moeten”. Op zich allemaal waar, maar wat is de Bron van waaruit we leven? Als het besef van pure genade ontbreekt, doen we het in eigen kracht, worden we hoogmoedig en struikelen we vroeg of laat.

Die ‘hoogmoed’ of trots kan ook te maken hebben met het verleden. Trots op je eigen werk, je diploma’s, wat je allemaal bereikt hebt in het leven. Sommige mensen nemen dan ook een houding aan, waaruit blijkt dat ze vinden dat ‘de kerk maar wát blij mag zijn met een getalenteerd (of goed) mens als hen’. Zoals we zien een houding die niets anders is dan zonde.

Ik begon bij Paulus. Díe had inderdaad zo’n houding kunnen aannemen als “afgestudeerd theoloog” en hoog in aanzien staand persoon. Maar wat was zijn eigen perspectief? Hij noemde waar hij menselijkerwijs gesproken trots op kon zijn en zich op kon laten voorstaan ‘vuilnis’!

Petrus moest deze les (nog) leren: ook hij moest het verleden los laten; zijn eigen opvattingen en gedachten hielden hem gevangen. Dáár moest hij vanaf! Jezus leerde hem, op een voor Petrus zeer confronterende manier, daarmee af te rekenen. Doordat Petrus de Here Jezus verloochende leerde hij deze les en het brak zijn hart: “hij ging naar buiten en weende bitter” (Lucas 22:62).

En dan? Als je je Heer en Meester verraden hebt, doordat je zo nodig vast wilde houden aan het verleden en daarom niet dienstbaar kon zijn in het koninkrijk? Was het daarmee afgelopen? Gelukkig niet, integendeel. Want de Here Jezus kent genade. Voor een ieder die oprecht gelooft is er áltijd vergeving en genade, zelfs als je er niet om vraagt:

Toen zij dan de maaltijd gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief, meer dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja Here, Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid mijn lammeren. Hij zeide ten tweeden male weder tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief? En hij zeide tot Hem: Ja Here, Gij weet het, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Hoed mijn schapen. Hij zeide ten derden male tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, dat Hij voor de derde maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief? En hij zeide tot Hem: Here, Gij weet alles, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid mijn schapen. – Joh. 21:15-17

Het verleden loslaten

Zoals we zien kan uit de Bijbel het een en ander worden geleerd over hoe het verleden, en het bewust of onbewust “koesteren” er van, je als christen kan beperken in je geloofsleven of zelfs in het ergste geval tot zonde kan zijn of brengen.

Bittere wortel

Een ‘bittere wortel’ is echt een groot probleem voor veel mensen, ook voor christenen. Niets menselijks is ook ons christenen immers vreemd? Ik heb dat zelf ook gemerkt; als je boos bent op iemand of bijvoorbeeld gefrustreerd vanwege een situatie, dan kan dat aan je gaan vreten. Je denkt er steeds over na, je boosheid blijft of verergert. Je wordt er uiteindelijk alleen maar ongelukkig van! En erger nog: het lost helemaal niets op, integendeel. Het kan je zodanig gaan beheersen dat ook andere mensen daar last van krijgen. Wrokkige, boze, mensen zijn voor niemand prettig in de omgang.

Kijk eens naar de huidige maatschappij? Hoeveel mensen zijn wel niet boos en ontevreden? Met als gevolg dat we in een land leven waarin mensen het enorm goed (kunnen) hebben maar vreselijk tegen elkaar te hoop lopen op sociale media, in de maatschappelijke omgang, in de politiek. Partijen zoals bijvoorbeeld de FvD en PVV zouden zonder de onvrede onder de burgers niet kunnen bestaan!

Onverwerkte boosheid leidt tot bitterheid tegenover mensen door wie je je bijvoorbeeld bedreigd of verkeerd behandeld voelt of die niet aan je verwachtingen hebben voldaan. Bitterheid verschaft voortdurend voedsel aan negatieve gedachten, woorden of daden ten opzichte van de mensen waarover je verbitterd bent. (Herschepping)

“… ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden. Want de woede van een mens brengt niets voort dat in Gods ogen rechtvaardig is. Wees daarom zachtmoedig en leg alle verdorvenheid en elk denkbaar wangedrag af …” — Jakobus 1:19-21, NBV2004

en in Spreuken lees je:

Ga niet om met een heethoofd, houd je niet op met een driftkop, opdat je niet dezelfde weg gaat als hij en voor jezelf een valstrik zet. — Spreuken 22:24-25, NBV2004

Wrok en boosheid maken de Heilige Geest, die in je woont, bedroefd(!) zegt de Bijbel

..bedroeft de heilige Geest Gods niet, door wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing. Alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek worde uit uw midden gebannen, evenals alle kwaadaardigheid. — Efez. 4:30, 31

Waarom is dat? De Heilige Geest woont in je, als je gelooft. Het is de bedoeling dat de Heilige Geest je zal leiden in je leven, om vooruit te kijken naar een mooi leven, samen met Jezus, maar dat kan niet als je zelf steeds met je rug naar de toekomst staat. Dat maakt de Heilige Geest, de geest van Jezus, bedroefd. Want hij is dan in je, maar kan niet in- en door je werken.

Wedergeboorte

“We komen uit het verleden, leven in het nu en zijn op weg naar de toekomst – dat geldt voor ons allemaal.” (Newstart).

Voor een Christen geldt dit nog veel meer! We kwamen vanuit de duisternis, leerden de Here Jezus kennen en werden deel van het Koninkrijk (het nú) en gaan op weg naar een heerlijke toekomst mét Hem.

Als je de gemiddelde zelfhulp-pagina op internet leest over dit soort onderwerpen dan klinkt het allemaal heel eenvoudig. Maar iedereen die worstelt met dit onderwerp, in welke zin dan ook, weet dat het niet zo werkt. De Bijbel laat zien dat om werkelijk te breken met het verleden, met je eigen gedachten die je gevangen kunnen houden, werkelijke wedergeboorte (een “nieuw schepsel” worden!) noodzakelijk is.

Toch hebben dit soort pagina’s raakvlakken met de Bijbelse boodschap.

    • Zie het verleden als een les

→ Bijbelse toepassingen hebben we hier zojuist behandeld! Het verleden is een les en daaruit kun- en moet je lering trekken.

    • Zie dat jij je best hebt gedaan met de kennis die je toen had. 

→ Petrus en Paulus besloten met hun beste weten en kunnen dingen te doen op een bepaalde manier. Dat was achteraf niet de beste weg. Gingen ze daar hun hele leven naar terug kijken en zich er door laten verlammen? Integendeel! Ze waren immers een nieuwe schepping geworden? Een nieuw mens, door Jezus?

    • Wrok naar anderen toe veroorzaakt pijn bij jezelf

→ Bittere wortel? Wrok? Boosheid? De Bijbel zegt:

Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden. (Hebr. 12:15).

Je pijn koesteren zorgt voor bitterheid, boosheid, wraakgevoelens. Daar ga je uit leven en handelen en het maakt je ongelukkig.

En zo schrijf men verder op Newstart:

“Wat je wel kunt doen is vandaag betere beslissingen nemen. Andere keuzes die leiden tot een beter resultaat. Dat verandert het verleden misschien niet, maar voorkomt wel dat negatieve ervaringen zich niet meer herhalen. Je beslissingen van vandaag veranderen de toekomt.”

De éérste keuze die je kunt maken om die nieuwe start en beter resultaat in je leven te krijgen? Kies voor Jezus! Dát is een beslissing die je leven werkelijk zal kunnen veranderen, mits je je daadwerkelijk bekéért en je oude leven loslaat! Dat geldt ook voor hen die de keuze voor Jezus al gemaakt hebben, het Koninkrijk zijn binnen gegaan, maar nog steeds vasthouden aan ‘het verleden’ (in positieve of negatieve zin). Het belemmert je om verder te groeien.

Heb jij Jezus waarlijk lief? Ga dan het Koninkrijk binnen en “reis” samen met Jezus het (geestelijke) land door. Dán kun je zijn schapen hoeden! Dán zul je een rots kunnen zijn waar anderen op kunnen bouwen!

___

Bronnen/geraadpleegd

corona pandemie waar is god

Arjen Lubach: “Waar is God nu?”

corona pandemie ziekte straf van god

Wellicht heb je de video al voorbij zien komen waarin Gert-Jan Segers op deze vraag antwoord probeert te geven. Arjen Lubach daagde onder andere hem uit antwoord te geven op de vraag: “Waar is God nu?”. Want: er is een wereldwijde pandemie gaande. En dat doet veel mensen afvragen: “Waarom gebeurt dit” en “Waarom staat God dit coronavirus toe?”.

christenpesten lubach

Lubach houdt van provoceren. In het bijzonder mensen die een religie aanhangen zoals Christenen en boeddhisten. Hij heeft het niet zo op christenen in het bijzonder. Opgegroeid in een klein dorp in Groningen, in een kerkelijke omgeving, zet hij zich af tegen het geloof. Hij zal daar in zijn ogen legitieme redenen voor hebben. Maar de vraag die hij stelt, is dat een oprechte vraag? En het antwoord van Segers, kunnen we daar wat mee?

Tegenover het geroep van Lubach op Twitter staat de oorverdovende stilte van de gebedsgenezers. Waar zijn ze, nu de nood zo hoog is? Waarom horen we nu niets over wonderlijke genezingen? Als God, volgens de theologie van Koornstra en –volgens eigen zeggen– door zijn bediening zoveel mensen geneest dan zou dat toch juist nú moeten gebeuren, als ultiem bewijs van Koornstra’s ‘bediening’?

En dan zijn er die menen te moeten verkondigen dat de huidige pandemie en natuurrampen zoals de Tsunami’s een “straf van God” zijn op “de zonde” die hier op aarde gedaan wordt. Ook John Piper zegt “God laat het gebeuren” en claimt dat dit met de Goddelijke goedkeuring is…

Wat moeten we toch met al deze geluiden? Wat zegt de Bijbel over deze zaken? In deze korte video (minder dan 10 minuten) ga ik er op in.

> Download de tekst van deze video (PDF)

 

 

De Betekenis van het Kruis

cross-982103_640Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven als losprijs voor velen – Markus 10:45

Er zijn heel wat mensen die met een kruis om hun hals lopen. Ook veel mensen die helemaal niets met het geloof hebben dragen een kruis. Zo zag ik laatst op internet dat iemand prachtige houten kruizen maakte, schitterend bewerkt. Die verkocht hij via zijn webwinkel. Zijn passie, zoals ze dat noemen, was dan ook niet het Kruis van Christus – maar houtbewerking..

Ook zie je regelmatig mensen die bijvoorbeeld een kruis als tatoeage hebben. Pop- en Rockartiesten lopen ook vaak met een kruis-symbool op hun kleding, op hun hoezen van CD’s of podium-decoratie.

Als Christenen hechten we waarde aan het ‘symbool’. Maar eigenlijk was een kruis niet meer dan een martelwerktuig – een “vloekhout” noemt de Bijbel het zelfs. De Encyclopedie schrijft er dan ook over:

Het kruis is een symbool van schande en vervloeking. Het kruis is dan ook een ‘vloekhout’ dat dood en schande vertegenwoordigt. Het werd gebruikt om mensen de doodstraf te geven.

Toch spreekt de Bijbel regelmatig over het Kruis. Uiteraard! Want het was door de kruisiging dat Christus ter dood werd gebracht. Maar heeft het kruis zelf ook maar enige waarde?

> Lees verder ( download PDF)

Beluisteren? Klik hier onder.

 

Hoe zit dat met het oordeel over zonde?

Soms heb je van die kleine discussies op facebook en andere sociale media waarbij je denkt, dat verdient een ‘breder podium’ of ‘dat verdient wat meer verdieping’. Eén van die onderwerpen is “oordelen”. In welk verband? Het feit dat mensen elkaar veroordelen.

Het feit dat christenen erg veroordelend zijn over niet christenen en zeker niet in de laatste plaats over elkaar. Mag dat? Moet dat überhaupt wel? Of,.. moet je alles “in liefde” accepteren? Hoe ver gaat liefde? Wat houdt dat eigenlijk in? In dit artikel beperk ik mij in de eerste plaatst tot het onderwerp ‘zonde van mensen die niet geloven’ en de vraag of je daar iets van mag zeggen en hoe.

AANLEIDING

Aanleiding voor de discussie was een video op youtube, waar een – volgens de reportage – “Christengekkie” werd opgepakt. Een tenenkrommend filmpje overigens maar ik plaats ‘m toch maar voor de volledigheid.

DE DISCUSSIE

Over zo’n filmpje ontstaat dan discussie, uiteraard. Ook onder Christenen.

Een aantal zaken uit de discussie die naar voren kwamen.

1 — waarom zou je niets van homosexualiteit mogen zeggen! Het is een Christen geoorloofd oordeel uit te spreken over de zonde, het is absurd dat je daarvoor opgepakt wordt tegenwoordig;

2 — Jezus zou het net zo hebben gedaan, die zweeg niet over de zonde want Hij dreef de geldwisselaars uit de tempel en veroordeelde de leiders vanwege hun zonde en ongeloof!

3 — Jezus veroordeelde de zondaar niet! Hij heeft de zondaars lief! Jezus zei tegen de overspelige vrouw: Ik veroordeel je niet!

Zijn dergelijk argumenten legitiem? Ze lijken elkaar ook nogal tegen te spreken.

1 — Waarom mag je niets, of juist wel iets, van zonde zeggen?

Vooropgesteld, de Bijbel is heel helder. Zonde = zonde. Echter, .. lees je ook maar érgens in de Bijbel dat bijvoorbeeld de Here Jezus, of de Apostelen, de wereld door gingen en luid schreeuwend de zondaars “hel en verdoemenis” aanzegden?

Laten we eens heel kort kijken naar hoe bijvoorbeeld Paulus het Evangelie verkondigde. We kijken niet naar hoe binnen Israël het Evangelie werd verkondigd immers: dat is niet ‘het model’. Israël was Gods’ verbondsvolk, en zij werden daarom op een andere manier benaderd dan de heidenen.

De eerste échte evangelisatie onder de heidenen was in Handelingen 11:20

“Er waren onder hen echter enkele mannen van Cyprus en uit Cyrene die, toen ze in Antiochië gekomen waren, het woord richtten tot de Grieks sprekenden en de Heere Jezus verkondigden <Strongs 2097: euaggelizo>”

Het verkondigen was, strongs2097: “het Goede Nieuws brengende”. Dat is: het Evangelie verkondigen. Het Goede Nieuws dat Christus was gekomen, gestorven én opgestaan en de zonde had overwonnen.

Er staat niet dat zij luid schreeuwend de mensen daar het oordeel aanzegden over hun zonden, er staat dat zij het Evangelie brachten. Het Evangelie is tweeledig, het is één “slecht nieuws”: iedereen gaat verloren (Rom. 3:23, 6:23). Maar anderzijds “goed nieuws”: je kúnt gered worden van die verlorenheid (Rom. 5:8, Ef. 2:8-9)”.

“Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren” – Rom 5:8.

Je mag, je je móet, dus wel degelijk iets van de zonde zeggen als je spreekt over het Evangelie. Maar, de manier waarop maakt het verschil of de toehoorder wil luisteren en de Heilige Geest door jouw woorden heen kan spreken tot de toehoorder.

Hoe Paulus verkondigde

Daarom gaan we nu verder naar de Apostel van de Heidenen, Paulus. Hij is immers het ‘rolmodel’ als we het over Evangelisatie onder de heidenen hebben. Wat deed Paulus, als hij ergens kwam om te prediken van Christus?

Het éérste wat Paulus deed in de heidense steden was: naar de Joden gaan. Dat waren immers zijn broeders ‘naar het vlees’? Die bracht hij altijd, mits aanwezig, éérst het Evangelie. Daarná ging hij naar de heidenen in een stad of streek.

Handelingen 13:44-47

44 En op de volgende sabbat kwam bijna heel de stad samen om het Woord van God te horen. 45 Maar toen de Joden de menigten zagen, werden zij met afgunst vervuld en spraken tegen wat er door Paulus gezegd werd; zij spraken niet alleen tegen, maar lasterden ook. 46 Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig dat het Woord van God eerst tot u gesproken zou worden, maar aangezien u het verwerpt en uzelf het eeuwige leven niet waard oordeelt, zie, wij wenden ons tot de heidenen. 47 Zo immers heeft de Heere ons geboden: Ik heb u tot een licht voor de heidenen gesteld, opdat u tot zaligheid zou zijn tot aan het uiterste van de aarde. 48 Toen nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en prezen het Woord van de Heere, en er geloofden er zovelen als er bestemd waren voor het eeuwige leven.

Handelingen 16:31, 32

31 En zij zeiden: Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten. 32 En zij spraken het Woord van de Heere tot hem en tot allen die in zijn huis waren.

Er zijn meer voorbeelden natuurlijk, maar het is duidelijk: Paulus sprak tot de heidenen het Woord van God, letterlijk “woorden Gods” of “de Woorden van God” (Strongs).

We moeten dus het Woord van God brengen. Maar aan wie? Opmerkelijk is dat het mensen waren die God zoeken of willen aanvaarden. Het is dus, Bijbels gezien, volstrekt zinloos met een “haatdragend” bord op de straat te gaan staan schreeuwen. Dat woord, zie ook eerder, mag en moet wel degelijk over zonde gaan maar vooral: hoe een mens verlost kan worden van de zonde.

2 — Jezus zweeg niet over zonde!

Inderaad, Jezus zweeg (ook) niet over zonde. Maar zoals eerder opgemerkt was die situatie anders. Ten eerste moet opgemerkt worden dat Jezus kwam “voor het verloren huis van Isaël”. Mt. 15:24. Dat huis was, ten tweede, in verval geraakt met name door de leiders van het volk die het volk niet in waarheid en recht hadden geleid en onderwezen. Het is die zonde die de Here met name aan de kaak stelt en hij spreekt hen er op aan. Die leiders noemt hij “wit geverfde graven”.

“Blinde leiders, die de mug uitzift maar de kameel doorslikt. [..] Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u bent als de witgepleisterde graven, die vanbuiten wel mooi lijken, maar vanbinnen zijn ze vol doodsbeenderen en allerlei onreinheid.” — Mt. 23

Dus: Ja! Tegen dat soort leiders ging de Here, als Rabbi (= leraar), wel degelijk tekeer. Maar niet tegen de “zondaars uit het volk”!

3 — Jezus had de zondaar lief!

Inderdaad, Hij had de zondaar lief. Immers, het was die liefde die Hem dreef om te sterven om zodoende de mensen weer tot God te brengen.

Johannes 3:16-18

16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

Let op wat hier staat: “wie niet gelooft, is al veroordeeld”. Elk mens is al ‘veroordeeld’, veroordeeld tot een leven zonder God, nú en in de toekomst (na dit leven). De enige manier om uit die ‘veroordeelde’ staat te komen is geloven in [het werk van] Christus Jezus en op grond daarvan weer tot God te kunnen naderen, als mens, en gered te worden.

Dat Christus de zondaar lief had betekent dus niet dat de Here alles maar goed vindt en “met de mantel der liefde” wil bedekken. Zonde mag zonde genoemd worden. Immers, hoe zouden mensen die niet overtuigd zijn of raken van hun eigen zonde anders Hem aannemen? Joh. 16:8 zegt duidelijk dat dat werk van de Heilige Geest is en gedaan moet worden. Het is noodzakelijk dat een mens eerst z’n eigen verlorenheid inziet.

jesus-301638_640De Here Jezus’ komst wás het oordeel (Joh. 9:39), het oordeel over deze wereld werd over Hem uitgestort. En verder lezen we dat Hij zegt: “En als iemand Mijn woorden hoort en niet gelooft, veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld zalig te maken“.

Met andere woorden: dat de Here de overspeligen, tollenaars (collaborateurs) en anderen die openlijk, of in het geheim, in zonde leefden niet het oordeel aanzegde over hun zondige leven is daarom volstrekt logisch. Ze wáren al veroordeeld dus veroordeelde Hij hen niet! Want: zij zijn zonder Hem. Wat Hij deed was ze de weg wijzen úit de zondige staat en toestand waar ze zich in bevonden.

Dat is dan ook wat wij als gelovigen mogen doen, mogen proberen te doen: mensen wijzen op Christus Jezus, op de verlossing die Hij heeft aangeboden. Omdat het oordeel al over Christus is ‘uitgestort’ aan het kruis en Hij dat oordeel al gedragen heeft.

Wij hoeven, wij kúnnen, wij mógen mensen niet veroordelen. Iemand die niet gelooft veroordelen vanwege zijn seksuele gaardheid? Vanwege zijn of haar zondige levenswandel? Hoezo, .. wat is daar de zin van? Zij zijn reeds onder het oordeel en wel onder hetzelfde oordeel als u en ik waren toen wij nog niet geloofden! Of zij, in mijn of uw ogen, “in zonde leven” doet totaal niet terzake. Het is helemaal niet relevant. Hun zonde, voorzover u en ik dat mogen of kunnen beoordelen, is niet groter dan uw en mijn zonde was voor wij tot geloof kwamen!

Als de Here Jezus zegt dat Hij niet gekomen is om de wereld te veroordelen maar om de wereld zalig te maken, wie denken wij dan wel dat wij zijn om dat wél te mogen doen?

Mensen gáán niet verloren, ze zijn al verloren!

Ik ben persoonlijk de mening toegedaan dat “de doden maar de doden moeten begraven” (Mt 8:21, 22). Wij hebben een andere opdracht: het Evangelie verkondigen. De mensen “als brandhout uit het vuur rukken” (Zach. 3:2, Amos 4:11). Want, nogmaals: de mensheid, de mens, is reeds verloren.

Het is niet aan ons om daarom hen nog een trap na te geven maar te wijzen op de ‘reddingsboei’ en hen die toe te werpen: Christus Jezus.


_________
Bronnen/meer informatie
:
http://www.allaboutgod.com/dutch/wat-is-het-evangelie.htm
http://herzienestatenvertaling.nl/
http://classic.net.bible.org/

 

En God zag.. dat het zéér goed was

Van het Bijbelforum:

..kan het niet zo zijn dat de mens niet 100% goed geschapen was, waardoor hij toch tot de zondeval kon komen?

Gen. 1:4 zegt:
“En God zag, dat het licht goed [towb] was”

Oftewel: goed, aangenaam, fijn, blijdschap brengend (enz, zie de link)

Gen. 1:31
“En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer [m@`od] goed [towb]”

De overtreffende trap, die met m@`od wordt aangegeven, wordt vaak gebruikt in die zin wanneer iets zo talrijk wordt bedoeld dat het niet geteld wordt, kan worden, zie deze tekstverwijzingen:
http://net.bible.org/search.php?search=hebrew_strict_index:03966

schepping_adam_evaHet “zeer goed” betrof dus de gehele schepping. De val van de mens was niet alleen de val van Adam en Eva, maar de val van de gehéle schepping. De komst, dood en opstanding van de Here Jezus Christus is dus niet alleen een herstel van de mens maar een herstel van de gehéle schepping, met de mens als eerste — in die zin dat de mens naar de nieuwe mens (her)schapen wordt bij de wedergeboorte (2 Kor 5:17).

Desondanks leeft de mens nog steeds onder de werking van de gevallenheid (van deze schepping); immers: we sterven nog steeds (fysiek). We worden nog steeds ziek, er zijn hongersnoden, plagen, rampen enz. De schepping is nog steeds in gevallen staat!

In Rom. 8 vat Paulus het geheel samen:
19 Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. 20 Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van) Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, 21 in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. 22 Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. 23 En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. 24 Want in die hoop zijn wij behouden.

Paulus maakt zondermeer duidelijk dat de komst van Christus veel méér betekent, het Verlossingsplan niet alleen ons mensen betreft — integendeel. Maar we zijn wél de eersten die er van kúnnen “profiteren” mits we geloven, als mens want “in die hoop zijn wij behouden“.

Wij mensen zijn verantwoordelijk geweest –en nog steeds– voor de staat en toestand waarin deze aarde en de mensheid is. Pas wanneer de nieuwe hemel en nieuwe aarde gekomen is, is er sprake van de “totale victorie”! Dán is namelijk de oude, vervallen, schepping totaal weggedaan (Openb. 22).

Gods doel was, in tegenstelling wat sommigen menen, namelijk niet om ons te ‘redden van de zonde’ maar Zichzelf te verheerlijken zoals Hij dat ook deed in de tijd van het Oude Testament:

Jubelt, gij hemelen, want de HERE heeft het gedaan; juicht, gij diepten der aarde, breekt uit in gejubel, gij bergen, gij woud met alle geboomte daarin, want de HERE heeft Jakob verlost en Hij verheerlijkt Zichzelf in Israël. – Jes. 44:23.

In 2 Tess. 1:9,10 lezen we over de komst van Christus, wanneer Hij komt om de heerschappij te aanvaarden over de wereld, dan ook:

Dezen [de ongelovigen] zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte, wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn; want ons getuigenis heeft geloof gevonden bij u.

De komst van Christus, naar de aarde, was dus zeker niet bedoeld om te zorgen dat u en ik “van onze zonde verlost worden”.. het was bedoeld om de héle schepping te verlossen van de satan’s macht, van zijn heerschappij over deze wereld. Oneerbiedig gezegd is onze verlossing, nu, op dit moment, een “bijproduct” van Gods plan! Maar wel een belangrijk “bijproduct”; Hij kondigt namelijk op die manier aan wat er straks staat te gebeuren, Efeze 3:10, 11:

“..opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd..

Door de gelovigen, de Gemeente van Christus Jezus, wordt geopenbaard aan de hemelse gewesten -dus ook de tegenstander van God: de satan en zijn engelen- de wijsheid van God!

Zonde, een kwalijke erfenis?

Genesis 3:1-24 – Een tijdje geleden kreeg ik een email met een vraag over de erfzonde. De schrijfster zei, in het kader van de ‘erfzonde’, het volgende:

“ik leef wel ongevraagd op deze aarde en waarom moet ik mezelf dan als de grote zondebok aanwijzen die automatisch onder het begrip zonde valt. Ik heb er toch niet om gevraagd?”

Een duidelijke vraag. Waarom ben ik als mens schuldig aan de zonde, zou ik vallen onder de werking van de zondeval, terwijl ik “niets gedaan heb”, het was immers Adam’s fout, hij zondigde tegen God, en niet ik.

Het is een lastig te beantwoorden vraag ook. Er zijn hele boeken volgeschreven over de ‘erfzonde’ en de gevolgen er van voor ons als mens. Vooral zware theologische bespiegelingen. Dat laatste is aan mij niet besteed, zeker niet wanneer het een dergelijk onderwerp is. Iemand met een duidelijke vraag, op zoek naar een duidelijk antwoord, heeft namelijk niets aan hoogdravende theologie. En dat is nu, vind ik, zo mooi aan de Bijbel. Die gééft een duidelijk antwoord op onze vragen!

> Zonde, een kwalijke erfenis? [PDF]

Klaagliederen

Klaagliederen, houtsnede Gustave Doré

Het boek ‘klaagliederen’ is een kort, poëtisch, boek en geschreven door de profeet Jeremia. Zoals de naam van het boek aangeeft zijn het’klaagzangen’ over de val van Jeruzalem. Er zijn vijf liederen en de vorm is alfabetisch (in onze vertalingen zie je dat niet terug).

De eerste 22 woorden van de verzen in het éérste lied beginnen allemaal met een letter uit het Hebreeuwse alfabet; ook het tweede en vierde hoofdstuk zijn zo ingedeeld. Het derde hoofdstuk is anders gerangschikt in die zin: de eerste drie verzen beginnen met de éérste letter van het alfabet, de daarna volgende drie met de twééde, etc. Het vijfde hoofdstuk heeft ook 22 verzen, maar daar is deze vorm losgelaten.

Het éérste lied beschrijft de toestand waarin de stad zich bevindt na de Babylonische bezetting. Het twééde lied gaat over de oorzaak van deze bezetting; de zonde van het volk was er aanleiding toe dat God oordeel over hen bracht. Het derde verklaart Gods’ doel met deze toestand:

40 Laten we ons leven onderzoeken en doorvorsen, laten we terugkeren naar de HEER, 41 laten we met onze handen ook ons hart opheffen tot God in de hemel.

God gaf zijn volk straf; een straf die Hij hen meerdere malen had aangezegd wanneer ze niet zouden luisteren naar Zijn geboden. Toch lezen we ook -onverwacht wellicht- opbeurende, positieve, dingen. God wordt gedánkt:

22 Genadig is de HEER: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen. 23 Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. – Veelvuldig blijkt uw trouw! 24 Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op hem gevestigd.

In het vierde hoofdstuk lezen we over de verloren glans van Sion (Jeruzalem). Hoe het eens was, en hoe het nu is. In het vijfde hoofdstuk, tot slot, lezen we van Jeruzalem’s smeekbede om genade, om terug te (mogen) keren bij God. Israël had, zo ontdekken we, haar ‘les geleerd’ en berouw.. wat we ook kunnen zien in de klaagliederen is dat God zijn volk inderdaad strafte, maar hier géén plezier in had. Het oordeel werd over hen gebracht zodat ze een kans hadden zich te bekeren.

Het Evangelie

BijbelWat is “het Evangelie”? Oftewel: de Boodschap van de Bijbel? Er zijn bibliotheken vol over geschreven. Zelf heb ik bijvoorbeeld een CDRom-set van Ages-software die alleen al duizenden boeken bevat, van de hand van theologen en ‘leken’, over de Bijbel en wat de boodschap van de Bijbel is.

Eén van de stelregels binnen de ICT is dat de bruikbaarheid van een computer programma het tegenovergestelde is van de dikte van de handleiding. Oftewel: hoe minder noodzakelijk de handleiding, hoe dunner, hoe béter het computerprogramma. Als je die regel loslaat op de Christelijke theologie en alle lectuur die dat heeft opgeleverd, zou je bijna gaan denken dat de Bijbel wel een héél gecompliceerd “programma” bevat. Niets is minder waar. Feitelijk kan de kern van God’s Woord in slechts een paar punten worden samengevat.

1. God en de Schepping
Om het de Bijbel, het Evangelie te begrijpen, moeten we beginnen aan het begin: Genesis. In Genesis wordt ons geleerd dat God de Schepper is van alle dingen. In het eerste vers lezen we “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”. Hij sprak en het wás er.

De mens werd gemaakt naar het beeld van God. Met als doel Hem te eren en groot te maken. Misschien dat je denkt: “Hoe dan?”. Simpel: de mens, als schepping, máákte God groot! Eenvoudigweg door er te zíjn! Zijn grootheid, plat gezegd “zijn genie”, bléék uit die schepping van de kosmos, alles wat er in was en als kroon hierop: de mens.

God kan niet gezien worden. En dat is -voor veel mensen- vaak een reden om niet te geloven. Maar juist die schepping tóónt Hem:
hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien
(Rom 1:20).

Aan de mens gaf God één gebod, één opdracht of regel:
En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
(Gen. 2:16,17).

Nu kan men zich afvragen hoe God het recht had om de mens een gebod te geven maar is het niet zo dat Hij als schepper van de mens álle recht had zijn regel(s) op te leggen aan de mens? Zoals ook ouders dat doen aan een kind? Regels, een gebod, zijn er niet om de mens dwars te zitten maar om de mens de juiste richting op te sturen! God wilde niet dat de mens ontwétend bleef, maar géén kennis nam van het kwade.

2. De val van de mens
Daarna lezen we in de Bijbel dat de mens deze regel tóch overtrad (Genesis 3) en kennis nam van het kwade, door ‘te eten van de boom’. Hierdoor werden zij “vervloekt”; het overtreden van de regel van God moest leiden tot de uitvoering van de er aan gekoppelde straf: de dood deed zijn intrede. Dit is wat de Bijbel de ‘val van de mens’ noemt; elk mens valt onder die vloek. Het bewijs hiervan? Dat de mens sterfelijk is! Dit is de ‘erfzonde’; de mens erft de sterfelijkheid van zijn (voor)ouders, niemand kan eeuwig leven!

Daarnaast is het duidelijk dat elk mens in veel andere opzichten de regels overtreedt die God stelde in de Wet. God is Goed, de mens is (beïnvloed door het) kwaad, generatie op generatie. Per definitie is dus geen énkel mens meer ‘rechtvaardig’ voor God.

Romeinen 3:23
Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods“.

Hoe kan een Heilige God, die géén kwaad kan verdragen, van een rebelse en opstandige mensheid houden? Welke hoop heeft de mens, die een zondaar is, dan nog? Hoe kan hij nog voor God verschijnen?

3. De Verlossing
Dit dillemma wordt opgelost, beantwoord, in het Nieuwe Testament. In de eerste hoofdstukken van het Evangelie van Matteüs wordt ons verteld dat Christus Jezus, de Messias, de Zoon van God, kwam om de mensheid te verlossen -te redden- van de zonde. Matteüs 1:21 zegt: “Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden“.

De Evangeliën laten zien dat Christus Jezus een perfect, zondeloos, leven leidde. Hij kwam, door een bovennatuurlijke geboorte, naar deze aarde. Hij was op een perfecte wijze gehoorzaam aan God, de Vader. Waardoor Hij de énige mens was welke geschikt was om de mensheid terug te leiden naar God, om als ‘middelaar’ (tegenwoordig zouden we zeggen: be-middelaar) op te treden tussen de mens en God. Om de zonde, de dood, weg te nemen moest hij deze zonde en met name het óórdeel hierover, dragen. Námens ons! Hij wilde de straf wegnemen voor ons, zodat wij weer een relatie met God mochten krijgen en de dood werd overwonnen, en dat deed Hij door zélf de doodstraf -door kruisiging- te ondergaan en vervolgens.. úit de dood op te staan. Daarmee werd de straf “krachteloos” gemaakt; de dood was overwonnen!

4. Het Antwoord
De enige vraag die nu nog rest is: hoe moeten we reageren op het vorenstaande? De vraag is: is nu iedereen gered, zorgt Christus’ dood er voor dat we allemaal “binnen” zijn? Hoeft niemand zich nog zorgen te maken over een oordeel of zonden en de vergeving daarvan?

De overwinning op de dood geldt voor iedereen die dit gelooft, zo zegt de Bijbel in onder andere Rom 3:21-26. Dat impliceert wel dat degeen die het niet gelooft blijft in zijn veroordeelde staat en géén deel heeft aan de overwinning op de dood, ….

De Bijbel maakt het dus zondermeer duidelijk dat alléén zij die geloven in Christus Jezus en zich van hun zonden afkeren, ze ‘belijden’, niet geoordeeld zal worden.

“..dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof in Christus Jezus, zijn ook zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te worden uit het geloof in Christus..
(Gal. 2:16)

Alleen hij die stopt met zelf de zonde proberen te overwinnen en ‘zijn leven aan Jezus geeft’ zal dus delen in de overwinning op de zonde en de dood.

Kort samengevat: elk mens is een zondaar, leeft in opstand tegenGod en gaat zijn eigen weg. Iemand moet uiteindelijk de rekening betalen voor deze opstandige, zondige, levensstijl. En je hebt twee keuzes: je betaalt de rekening zelf of.. je accepteert dat Christus Jezus dat gedaan heeft vóór jou. Geef je eigen(wijze) levensstijl dus op, bekeer je (keer je om) naar God en geloof in Christus Jezus en wat Hij heeft gedaan voor je. Doe je dat, dan mag je délen in de overwinning op de zonde en de straf die daarop rust, de dood: je ontvangt ééuwig leven, met Christus Jezus!

Mede nav een artikel van:
William Marshall, Trinity Baptist Church, Sikeston