Tag: wet

Zeven dagen zult gij arbeiden?

7dagenEen studie die in eerste instantie over een aantal niet verbonden onderwerpen lijkt te gaan maar waar we wel een rode draad in kunnen zien: van de koopzondag naar sabbat, van sabbat naar de wet van Mozes naar de Schepping, de afgoderij van vroeger (Israël) en nu – de “Stinkgoden” (HSV) of “drekgoden” (SV) zoals de Bijbel ze noemt. En de gevolgen van het nalopen van die goden voor de hedendaagse Gemeente van Christus Jezus.

Is er voor de gemeente of kerk binnen afzienbare tijd nog wel plaats en mogelijkheid om (op zondag) samen te komen rondom het Woord van God? Moeten we wel op zondag bijeen komen en niet liever op de sabbat?

Deze studie, PDF-formaat, is te downloaden (rechtstreekse link) via de website van de Stg. BTO Yarah.

> Klik hier

wolf in schaapskleren

Waarom Valse Leer ingang kan vinden bij gelovigen

Ik vraag mij vaak af: “Hoe is het mogelijk dat valse leer ingang vindt bij gelovigen”? Op het Bijbelforum wordt daar momenteel ook, zijdelings, over gediscussieerd. In dit (lange) artikel probeer ik aan de hand van een aantal opvattingen een analyse te maken van de aantrekkelijkheid van dwalingen.. en waarom wedergeboren gelovigen “er voor vallen”.

valse leer een wolf in schaapskleren
CC0 1.0 Universal (CC0 1.0)
Public Domain Dedication

Hebr. 12:2
Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.

Analyse van dwaling(en)

Wanneer we met leringen worden geconfronteerd die nieuw voor ons zijn, moeten we –als gelovigen– er goed op letten dat we niet zomaar alles wat we lezen geloven maar, zeker als het over geloofszaken gaat, een goede analyse doen hiervan. In dit, uitgebreide, artikel beleicht ik er een aantal.

Zo viel mij bij het lezen van een stukje van een valse leraar **) opeens iets op.. In het stukje staat duidelijk, ondermeer, het volgende:

het belang verstaan van wat Christus bereikte, redding door wilskracht (menselijke vrije wil) afwijzen, en in afgrijzen terugdeinzen voor de valse leer van de eeuwige kwelling

De gedachte achter deze schrijver z’n stukje, net als op de gehele website overigens, is dat alle mensen —of ze nu willen of niet!— gered zullen worden. Zij die geloven per direct, zij die niet geloven “door oordelen heen”. Alverzoening dus. En ook nog eens tegen je eigen wil in gered worden. Daar gaat dit artikel echter niet over, ik gebruik een aantal van de opvattingen uit die kringen echter evan als illustratie (verderop volgen meer illustraties):

  1. Als eerste moet opvallen, lijkt mij, dat de schrijver daarmee zijn eigen theologie tegenspreekt. Immers, als je “redding door de menselijke vrije wil” afwijst, is het onmogelijk dat hij zelf gelooft, laat staan welk ander mens tot een bewuste geloofskeuze komt. Immers, er bestaat toch geen vrije wil op dat punt? Hij loochent dat toch? Hoe kan hij dan zelf op een zeker moment in zijn leven de wilskeuze hebben gemaakt om te gaan geloven en de Here te gaan volgen?
  2. Wanneer men een –net als in de Reformatorische verbondstheologie– vrije wilskeuze loochent, is er geen geloofszekerheid. Er dient daarom een alternatief te zijn. En dat alternatief is dan niet de wedergeboorte (zoals de Here Jezus in de Bijbel onderwijst) maar een vastklampen aan de (valse) opvatting dat “een ieder behouden wordt”. Zoals de Reformatorische bondsleer dit nodig heeft –waardoor de leer van de kinderdoop, vervangingsleer e.a. noodzakelijk is– heeft hier de onzekere mens, die niet zeker is van zijn behoud, een “ontsnappingsroute” nodig. En die ontsnapping denkt men te hebben gevonden in de gedachte dat “een ieder behouden wordt”.
  3. als derde valt mij altijd weer op dat er een karikatuur van het (huidige) Christelijke geloof wordt geschetst. Door een karikatuur te schetsen, bijvoorbeeld over de zogenaamde “helleleer” – de gedachte dat mensen voor eeuwig in de hel gefolterd zullen worden-, kan men zijn eigen opvattingen beter doen laten lijken, mooi “oppoetsen” zeg maar.

Wie vallen er dan voor dwaling? Toch niet de wedergeboren gelovige? Oh, ja, zéker wel! Want wát is het grote probleem in de Christelijke wereld tegenwoordig? Het totale gebrek aan kennis van Gods Woord! De waarheid Gods wordt vervangen door een leugen (Rom 1:25) en die leugen gaat er in als zoete koek.

Opvallend is dat het web van on-Bijbelse leugens echter steeds groter wordt gemaakt, totdat men zichzelf en zijn eigen opvattingen totaal centraal gesteld heeft en het Woord van God buiten werking denkt te kunnen stellen. Zo las ik bijvoorbeeld op een andere (alverzoenings)site met betrekking tot de Schepping een artikel dat -op grond van de “vertaling” van één woord- de verregaande conclusie trekt dat de aarde niet in zes dagen is geschapen maar “het scheppingsverhaal” in “zes dagen geopenbaard is” aan Adam. En zo denkt de auteur kennelijk het probleem te hebben opgelost met betrekking tot de discussie ‘schepping <=> evolutie’.

Het klinkt allemaal aannémelijk maar wie even de Bijbel openslaat ziet dat het hele verhaal als een kaartenhuis in elkaar valt. De bewering waar alles op gebouwd is, is namelijk:

In Genesis 5:1 staat: “dit is het boek van toledot van Adam”. Evenals in 2:4 is dit een afsluitende zin. Adam heeft het voorgaande (2:4b -5:1) op schrift gesteld.

Ryrie zegt hier:

“Dit is het boek [..] het zou kunnen verwijzen naar geschreven bronnen waarover Mozes beschikte in het opstellen van Genesis”

Inderdaad wordt hier gesproken over een document, boek, etc. Maar, wordt hier gesproken in de afsluitende zin? Nee! Want, Wat staat er? “Dit is het boek van de generaties van Adam..”. Toledot (zie deze link) is een meervoud en betekent: genealogie, generaties, verslag(legging), afstammelingen enz. En lézen we over de afstammelingen enz? Lezen we een genealogie? Néé, die volgt daarna. Oftewel, er staat niets meer, en niets minder dan: “Dit is de genealogie van Adam: …” Oftewel, na vers 5:1 volgt simpelweg een opsomming van de afstammelingen van Adam en dat is een geschreven genealogie geweest, mogelijkerwijs, waarover Mozes beschikte. Er is geen énkele conclusie uit dit vers te trekken over de schepping, over de duur er van, laat staan zulke verregaande conclusies als de in het eerdere artikel genoemde.

Wat wil ik hier mee illustreren? Als de gelovige verzuimd om “dagelijks te schriften te onderzoeken of deze dingen zo zijn” (Hand. 17:11) dán zijn ze voor een, elk, leuk danwel aannemelijk geschreven stukje vatbaar en vallen van de ene dwaling in de andere. Het vervelende voor dergelijke dwalingen is, voor de boodschappers er van, dat er altijd wel mensen zijn die er tegen in durven te gaan. Maar wat doe je dan? Dan verklaar je gewoon alles wat anderen ooit hebben onderwezen voor ongeldig. Dan zeg je (zelfde auteur) simpelweg dat de prediking van bijvoorbeeld Spurgeon, Whitefield en –tegenwoordig een bekende naam– Paul Washer een “schijngeloof” is. Dat Washer, Spurgeon e.a. predikers zijn die God beledigen! .. ik schrik mij rot van dat soort opmerkingen. Hoe hoog acht je je zelf wel niet als je dat durft te zeggen van dergelijke mannen Gods?

In het verleden heb ik de betreffende auteur/spreker al eens gevraagd mij te vertellen hoeveel mensen er door zijn ‘prediking’ tot geloof zijn gekomen. Het antwoord is hij mij altijd schuldig gebleven; er werd mij op een forum toegebeten door hem: “Ach, man, je snapt er helemaal niets van“. Laat ik nu eens kijken naar de vrucht van Spurgeon’s prediking? Van Whitefield’s prediking of Paul Washer’s prediking? Deze drie mannen hebben alle drie, zonder uitzondering, tienduizenden mensen tot verbreking en wedergeboorte mogen leiden. Er is vrucht op hun arbeid. Dwaling brengt echter nimmer enige vrucht voort. En als er dan gevraagd wordt naar de vrucht op hun werk, is het antwoord: “Ach, man, je snapt er helemaal niets van“. Mag ik dit dan vertalen naar: “Helemaal niemand, niets, nada, noppes”?

Is Christus Jezus geschapen?

Gisteren kreeg ik een email, wederom een voorbeeld van dwaling. Een dwaling welke ondermeer in de beweging van de Jehova’s getuigen en andere sekten voorkomt. Namelijk de gedachte dat Christus Jezus niet God zelf is, maar een ‘geschapene’.

Als ‘bewijstekst’ voert men, in dit geval vanuit de “Groot Nieuws Bijbel” aan:

‘De Heer schiep mij als de eersteling zijner wegen, voor zijn werken in den voortijd; in het grijs verleden ben ik gemaakt, in den aanvang, voordat de aarde er was; toen er nog geen oceanen waren ben ik geboren, toen er nog geen bronnen waren, rijk aan water; voordat de bergen waren neergelaten, voor de heuvelen ben ik geboren (Spreuken 8:22 v.v.);

Via de redenering: “Jezus wordt de Wijsheid genoemd dus hier wordt gesproken over Jezus dús Jezus is geschapen”. De vervolgstap is: Christus Jezus is niet God, maar een schepping van God (net als de engelen en de mensen geschapen wezens zijn). Ik kan over dit onderwerp natuurlijk een heel stuk gaan schrijven, maar we kunnen beter als eerste naar de initiële bewijsvoering kijken. Klopt die?

De email-schrijver wilde graag weten hoe dit zat. Onderstaande schreef ik terug aan hem:

Ik heb even de engelse voetnoot van de NET.Bible genomen, ik neem aan dat je er wel uit komt met het engels:

1 There are two roots (qanah) in Hebrew, one meaning “to possess,” and the other meaning “to create.” The earlier English versions did not know of the second root, but suspected in certain places that a meaning like that was necessary (e.g., Gen 4:1; 14:19; Deut 32:6). Ugaritic confirmed that it was indeed another root. The older versions have the translation “possess” because otherwise it sounds like God lacked wisdom and therefore created it at the beginning. [..]
2 Verbs of creation often involve double accusatives; here the double accusative involves the person (i.e., wisdom) and an abstract noun in construct (IBHS 174-75 §10.2.3c).
3 tn
Heb “his way” (so KJV, NASB). The word “way” is an idiom (implied comparison) for the actions of God.  The claim of wisdom in this passage is that she was foundational to all that God would do.

De Ryrie-Bible schrijft hier, ik vertaal het even losjes:

“Dit gedeelte is vaak Christocentrisch [op Christus betrekking hebbend] geïnterpreteerd als een beeld schetsend van Christus in plaats van het eeuwige karakter van Gods Wijsheid [waar dit gedeelte namelijk over gaat]. Hoewel Christus de openbaring is van Gods Wijsheid, en alle wijsheid en kennis bevat is er geen indicatie dat Christus hier aangeduid wordt. Het gedeelte toont dat wijsheid ouder is dan de schepping en het fundament van de schepping is.

Kort gezegd: dit gedeelte bewijst helemaal niets over Christus, laat staan dat het aantoont dat de Here Jezus een geschapen persoon zou zijn, dat is een dwaling.

In lucas 11 lezen we over de wijsheid het volgende:
“De koningin van het Zuiden zal in het oordeel optreden met de mannen van dit geslacht en hen veroordelen, want zij is gekomen van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen, en zie, meer dan Salomo is hier.”

Christus Jezus maakt duidelijk dat hij niet “wijsheid” is, maar dat Hij groter is dan “de wijsheid van Salomo”, een van God gegeven wijsheid. Wijsheid is iets wat ergens aan ten grondslag ligt; aan de schepping, aan het functioneren van Salomo, aan het naar de aarde komen van Christus. God openbáárde daarin Zijn Wijsheid, zijn ‘raadsbesluit’. Hij schiep deze niet in Christus, maar openbáárde Zijn wijsheid aan ons dóór Christus.

Maar, waarom willen sommige sekten en groepen (en ook de Islam!) zo graag dat Christus Jezus een geschapen wezen zou zijn en niet (gelijk aan) God? Het antwoord moeten we hier in zoeken: zij halen zo het unieke van Christus als Zoon van God én Zoon des mensen (de ‘duale natuur’) weg en stellen hem op één lijn met menselijke, feilbare, profeten of zien hem als een soort van ‘geïncarneerde engel’. Daarmee wordt het Verlossingswerk van Christus in, om het maar eens mild te zeggen, ander licht geplaatst. Alsof het niet God zélf was die, in Christus Jezus, de mensheid verlost heeft maar een “heel goed mens” die iets gedaan heeft wat we als mensen zelfs mogelijk ook zelf hadden kunnen doen.. het begrip ‘Zoon van God’ wordt dan, daarmee, in een heel ander kader geplaatst.

Sabbatsviering

Tot slot nog een voorbeeld waarmee ik in het verleden, maar ook recent weer, zeer vaak geconfronteerd ben. Urenlange discussies heb ik gevoerd met hen die de sabbat vieren. En ik heb besloten de discussies op te geven. Want de discussies leiden, zo is de ervaring, uiteindelijk vaak helemaal nergens toe. Men gaat uit van vooringenomen stellingen, verwerpt het gezag van Gods Woord (*) en volgt een eigenmachtige uitlegging van de Schriften. Daarnaast zien we vaak dat er geschiedkundig volstrekt onjuiste argumenten worden gebruikt zoals de vaak genoemde ‘verplaatsing van de sabbat naar de zondag door Constantijn’.

De sabbatsviering wint aan populariteit. Steeds vaker horen we van ‘messiaanse gemeenten’ en mensen die zich ‘messiaanse gelovigen’ noemen. Grof gezegd: nep-Joden. Ik spreek hier nadrukkelijk niet over Joden die zich bekeren tot het Christendom, ook wel Messiaanse Joden genoemd! Want laten we wel zijn, wie een ‘gelovige uit de heidenen is’ heeft geen enkele aanleiding om zich onder de wet van Mozes te stellen. Dan gedraag je je als een Jood, een religieuze Jood. Door de sabbat te ‘vieren’, tijdens de (zaterdagse) samenkomsten met keppeltjes op en gebedskleden om te doen alsof je een Jood bent. Maar je bent het niet! Sterker nog, ook zij die van geboorte Jood zijn hebben, wanneer zij zich onderwerpen aan Christus en uit Genade mogen leven de (bedekking der) Wet afgelegd.

Ook Petrus, Paulus, en andere apostelen hielden zich niet meer aan de Joodse wet nadat zij tot wedergeboorte waren gekomen. Galaten 2:14 leert ons dat, onder andere:
“Toen ik zag dat ze niet de rechte weg naar het ware evangelie bewandelden, zei ik tegen Kefas [= Petrus], in aanwezigheid van iedereen: ‘Jij bent een Jood, maar je leeft als een heiden en houdt je niet aan de Joodse gebruiken; hoe kun je dan opeens heidenen dwingen als Joden te leven?’”

Let wel, Paulus spreekt hier over het ware evangelie! Het ware evangelie ként geen wet van Mozes! Het waren evangelie ként geen rituelen, apart gezette dagen, e.d., ként geen feesten van volle maan en offerdiensten… Het ware evangelie is: Genade! Waarvan Paulus een prediker was, evenals Petrus en de andere Apostelen (en zij onderschreven zijn prediking hierover).

Wie de Galatenbrief verder leest, of Jakobus of de (andere) brieven van Paulus eens op zich in laat werken wéét dat een gelovige “uit de heidenen” de Wet niet behoeft, niet eens mág, navolgen. Let wel: ten onrechte wordt vaak gesteld dat “de Wet” slechts zou slaan op de tien geboden. Dat is lariekoek.

Jakobus 2:10 is hierover zeer duidelijk:
“Want wie de gehele wet houdt, maar op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alle (geboden).”

Maar ook de Here Jezus zelf, Mt. 5:18:
“Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.”

Voor wie? Voor hen die uit de heidenen zijn? Voor de Joden? Nee. Immers, vers 17, de Here kwam “om ze tot vervulling te brengen”. En daarmee was de wet voor hen die Christus volgen buiten werking gesteld. Vervuld, volbracht: ten einde. Voor wie geldt de wet dan nog wel? Voor hen die onder de bedekking van de wet zijn en hen die niet geloven zodat de wet hen veroordeeld! Opdat allen strafwaardig zullen zijn. En, als wij ons daar vrijwillig onder stellen, ook maar voor een deel (Jak. 2:10) zijn wij het verschuldigd haar in het geheel te volgen!

Rom. 3:19
“Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hén spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God”

Paulus schrijft verder aan de Galaten (3:1 v.v.) aangaande de Wet:
“O, onverstandige Galaten, wie heeft u betoverd, wie Jezus Christus toch als gekruisigde voor de ogen geschilderd is? Dit alleen zou ik van u willen weten: Hebt gij de Geest ontvangen ten gevolge van werken der wet, of van de prediking van het geloof? Zijt gij zó onverstandig? Gij zijt begonnen met de Geest, eindigt gij nu met het vlees?”

Het houden van de sabbat en andere geboden is het dienen van het vlees, van de mens, en niet het dienen van Christus Jezus! Het staat hááks op elkaar. Sterker nog, het maakt het verlossingswerk van Christus te schande.

(*) er wordt vaak gesteld dat bijv. (grote delen van) de Wet niet meer gehouden hoeven te worden, want dat zouden ‘ceremoniële wetten’ zijn; niets is minder waar (zie Jak. 2:10, Mt. 5:18). Er is geen ‘tittel of jota’ van de wet ‘ter aarde gevallen’. Het blijft, in alle 600+ wetten God’s Heilige Wet. Wanneer men de wet wenst te houden dient men dat dan ook volledig te doen dus inclusief besnijdenis, afzondering bij ziekte, ongesteldheid, offerdienst(en), etc., etc!

Conclusie(s)

Wat is kenmerkend aan dwalingen?

  1. een dwaling ontkent het werk van Christus, ontkent de Genade, het offer van Christus op Golgotha; het feit dat Hij met Zijn bloed de gelovigen gekocht en betaald heeft. Een dwaling wil dit buiten werking stellen – zij moet daarom wel “een alternatief bieden” voor het volbrachte werk van Christus en doet dit door ondermeer:
    zelfwerkzaamheid (bijv. sabbat/houden wet);
    exclusivisme (verbondsleer, jehova’s getuigen)
    alverzoening (ook buiten wedergeboorte is er een ‘gedwongen’ redding)
  2. een dwaling biedt geen geloofszekerheid zoals Gods Woord dit biedt. Zij die een dwaling navolgen halen hun ‘geloofszekerheid’ uit de leringen van de dwaling; immers doordat de dwaling Christus buiten werking stelt, wil stellen, dient er een alternatief te zijn of te worden geboden.
  3. een dwaling schets een karikatuur van het ware evangelie om het zo onaantrekkelijk te maken en zo de religieuze mens te verleiden tot het navolgen van de dwaling.
  4. een dwaling ontkent de noodzaak, of de mogelijkheid, van de wedergeboorte.

Deze kenmerken zijn direct ook wat een dwaling zo aantrekkelijk maakt:

  1. de méns wil namelijk helemaal niet verlost worden door Christus maar de verlossing zelf bewerkstelligen c.q. denkt hier iets aan toe te kunnen voegen (verbondsleer/kinderdoop, volgen van de wet, het plekje “in het paradijs verdienen” door deur aan deur te gaan e.a.). Luther onderwees reeds dat dit volstrekt onmogelijk was, alleen Genade (Sola Gratia) kon de mens behouden. En tóch probeert de mens keer-op-keer zélf, buiten Christus om, zijn behoud te bewerkstelligen – de wedergeboorte is kennelijk één van de moeilijkste belissingen die een mens moet maken. Ontkennen dat dit mogelijk of noodzakelijk is wordt daarom geprefereerd!;
  2. de mens is gevoelig voor argumenten welke inspelen op haar zelfwerkzaamheid.
  3. de mens is gevoelig voor ‘fatalistische argumenten’ – “Je moet uitverkoren zijn”, “het moet je gegeven zijn”… en kan zo de eigen verantwoordelijkheid afschuiven op God.

Het belangrijkste kenmerk van een dwaling is echter dit: het is een religie, een levenswijze, die door de satan geïnspireerd wordt omdat zij de mens afhoudt van de wedergeboorte. Alléén door de wedergeboorte immers kan een mens gered worden. En dat is wel het laatste wat de ‘vader van de leugen’ wil. De satan vindt het helemaal niet erg als een mens religieus is, in welke vorm dan ook. Maar hij gruwt van de gedachte dat een mens voor eeuwig verlost zou worden. Immers: élk mens dat tot wedergeboorte komt, elk mens dat door Christus verzoenende werk verlost wordt, is een mens waarover hij géén macht meer heeft. Dáárom zijn er zoveel dwalingen; het zijn verleidingen van de satan.

 

___
**) website niet meer bereikbaar/offline (linkcontrole 29-01-2021)

De Wet

Ps 119:105
“Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”

Ps. 119:96,97
“Aan alles, hoe volkomen ook, heb ik een einde gezien, maar uw gebod is onbegrensd. Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag.”

Een prediking over ‘De Wet’ (van Mozes), hoe wij daar als gelovigen uit de Genade Tijd mee om (zouden moeten) gaan. Onze positie of houding ten opzichte van de wet is vaak de positie van Paulus, althans: zoals wij denken dat Paulus deze zag: de Wet is ‘afgedaan’, “de Wet veróórdeeld alleen maar”. En dus laten we deze vijf boeken van Mozes vaak maar voor wat ze zijn..

> 20090607 Preekschets, De Wet (PDF)

De Joden!

Het verhaal gaat dat ooit eens Frederik de Grote van Pruisen, een aanhanger van de ideeën van de verlichting, aan een vriend die veel over God sprak vroeg om God te bewijzen. Het antwoord was: “De Joden, Sire!”.

Of het waar is, weet ik niet. Maar het is een niet te ontkennen feit dat het Joodse volk een uniek volk is. Welk ander volk bestaat nog, na bijna 2.000 jaar diaspora? Welk ander volk keert na zoveel jaar terug naar het land waar ze eens uit verdreven zijn? Het doet je afvragen hoe het mogelijk is dat een volk zo sterk is gebleken.. ondanks alle pogroms, de WOII, de huidige terroristische aanslagen en druk om het land op te geven.. Hoe is het toch mogelijk dat zij overeind blijven?

De Messias
Bezig met wat studie in Jesaja en Jeremia, waar we de 70-jarige ballingschap zien, zien we hetzelfde feit. Het volk bleef “overeind” en keerde terug naar haar eigen land onder Ezra en Nehemia. Wat was het dat hun houvast gaf? Wat is het dat hen zo anders maakt dan andere volken? En dan met name de stammen Juda, Benjamin en Levi alsmede een overblijfsel uit de 10 stammen (die volledig geassimileerd zijn in Juda en Benjamin).

Een aantal zaken vallen op:

  1. het onwankelbaar vasthouden -van een deel van het volk- aan God’s Woord, de Wet en de Profeten;
  2. het onwankelbaar vasthouden -van dit deel van het volk- aan de verwachting van de komst van de Messias, het herstel van het Huis van David.

Vooral dat laatste kom je bij de profeten veel tegen. En hier bedacht ik mij opeens: Israël heeft de Messias verworpen. Althans, als volk. Een klein deel van hen bekeerde zich wel tot de Here Jezus’ en zij werden een nieuw volk, samen met de tot geloof gekomen heidenen: de Christenen, het Lichaam van Christus.

Paulus onderwijst, zie ondermeer Romeinen 11, dat het feit dat zij de Messias hadden verworpen, óns behoud is geworden. Doordat zij de Here niet accepteerden ging het Evangelie naar de heidenen, immers (Rom. 11:15)?

Volgend jaar in Jeruzalem
Wat heeft nu de joden de laatste 2.000 jaar “op de been gehouden”? Juist! De verwachting welke zij eerder ook hadden: vasthouden aan God’s Woord en de daarin gedane beloften (bijvoorbeeld de landbelofte), denk aan de bede “volgend jaar in Jeruzalem” bij het Pesach dat men altijd uitsprak.. Maar bovenál: de verwachting van de Messias! Zij verwierpen Messias Jezus. En,.. verwachten de Messias -waarvan zij niet aanvaarden dat Hij reeds is gekomen- daarom nog steeds!

Dat is dan ook het gróte verschil tussen het Judaïsme, mijns inziens, en de “wereldgodsdiensten”. God heeft zich verbonden aan één volk en hen beloften gedaan. Zij hebben zich verbonden aan deze éne God! Ook al hebben zij het verbroken zij kennen de belofte(n) van herstel. En daaraan houden zij vast. Daarom bleven zij als volk “overeind”. Staande op de beloften van hun Heer en God. Door het Verbond apart gezet, geheiligd.

God heeft hen inderdaad bewaard. Hoe? Door Zijn Verbond. Waarvan de Here Jezus zegt dat er geen ‘tittel of jota ter aarde zal vallen’ vóórdat de wereld, de huidige schepping, vergaat (Mat. 5:8). Deze wet ís vervuld -door Christus Jezus’ komst- en daarom buiten werking gesteld (Ef. 2:15) maar moet noodzakelijkerwijs blíjven bestaan om dit Volk aan Haar God te ‘binden’!

We zien het ultieme bewijs hiervan in het herstel van Israël, 1948. Natuurlijk, een seculiere staat die is gevestigd. Maar wel een staat die gevestigd is als gevolg van deze verbondsbelofte. Want waren de (religieuze) Joden niet vasthoudend geweest, door alle eeuwen heen, hadden zij zich niet vastgeklampt aan dit Verbond dat ééns met hen gesloten is, dan was er nu géén (seculiere) staat Israël geweest…

Ezra, Nehemia, Ester

Ezra, Nehemia en Ester gaan alle drie over de geschiedenis ná de Babylonische ballingschap.

EZRA
Met name Ezra (2e deel) en Nehemia zijn aan elkaar gerelateerd. Zij waren tijdgenoten.

De geschiedenis van Ezra, de priester en schrijver, is vastgelegd in het gelijknamige boek. Het boek vertelt over de terugkeer van het volk onder Zerubbabel (een nakomeling van David), de herbouw van de Tempel en de komst -naar Jeruzalem- van Ezra zelf.

Het boek bestaat uit twee onderscheiden delen:

  1. De terugkeer onder Zerubbabel (1-6);
  2. De terugkeer onder Ezra (7-10).

Het boek Daniël heeft -op de achtergrond- een sterke relatie met het boek Ezra. Zo schreef iemand eens “achter het boek Ezra zien we de schaduw van een biddende man”, dat is, uiteraard: Daniël. Hij pleitte voor zijn volk bij de Here en “stond op de beloften”. Naast Daniël was overigens ook Ezechiël één van de naar Babel weggevoerden.

Onder Zerubbabel werd de tempelbouw gestart maar men was niet in staat de herbouw af te maken door de tegenstand van de mensen die waren gaan wonen in het gebied. Onder de regering van Koning Darius werd, aangemoedigd door Haggaï en Zacharia, door het volk weer gestart met de verdere herbouw van de tempel. Ongeveer 20 jaar nadat Zerubbabel de funderingen had gelegd werd de tempelbouw afgerond.

Tussen de éérste (Zerubbabel) en de twééde (Ezra) terugkeer ligt een periode van bijna zestig jaar. Het boek Ester schrijft ondermeer over wat er in die tussenliggende periode gebeurd is. De tegenstand tegen de joden, in Jeruzalem, heeft daarom wellicht een relatie met Haman de Syriër’s poging om de joden uit te roeien.

In het tweede deel van Ezra lezen we over Ezra’s eigen terugkeer naar Jeruzalem. Hij was een afstammeling van Aaron, een priester uit het hogepriesterlijke geslacht. Hij was ook een ‘schrijver’; een aanduiding voor die priesters die verantwoordelijk waren voor het kopieëren van de Heilige Schrift. Ezra’s bediening was voornamelijk gééstelijk. Hij onderwees het volk in de Wet en de aanbiddingsdienst.

NEHEMIA
Nehemia heeft dezelfde historische achtergrond als Ezra (2e deel). Nehemia’s boek begint ongeveer 12 à 13 jaar na Ezra.

Na de Babylonische ballingschap kwamen, in het Perzische Rijk, veel joden op belangrijke maatschappelijke posities terecht. Mordechai, de oom van Ester, was zo’n man, alsmede Nehemia. Hij was de “schenker” van de Koning. Nu denken wij vaak dat dat iemand is die het wijnglas van de Koning vult, maar deze functie was veel belangrijker. Hij was een vertrouwenspersoon van de Koning en verantwoordelijk voor diens’ leven; hij moest er voor zorgen dat de Koning niet het slachtoffer werd van vergiftiging en moest dus zijn leven bewaken. Hij kreeg van deKoning van de Perzen toestemming om naar Jeruzalem te gaan en de stadsmuren te herstellen.

Het boek Nehemia is onder te verdelen in drie delen:

  1. Komst van Nehemia naar Jeruzalem en het herstel van de muur (1-7);
  2. Geestelijke opwekking (8-10);
  3. Herstel van Jeruzalem, herbevolking (11-13).

Eén van de opvallendste “sterke punten” van Nehemia was dat hij in staat was het volk te motiveren de stad in alle opzichten te herstellen. Hij moedigde ze aan, maar dat niet alleen: hij was zelf ook een mede-arbeider, een “meewerkend voorman”. Hij was daarin een voorbeeld voor anderen, omdat hij deze arbeid 12 jaar lang verrichte zonder betaling te accepteren hiervoor (middels heffing van de belasting die hij mócht heffen maar naliet):

Nehemia 5:14
Ook hebben van de dag af, dat koning Artachsasta mij aanstelde tot landvoogd over het land Juda, van zijn twintigste tot zijn tweeëndertigste regeringsjaar, twaalf jaar lang, noch ik, noch mijn broeders het brood van een landvoogd gegeten.

In hoofdstuk 8-9 komen we Ezra tegen.

Nehemia 8:2-4
..En men verzocht de schriftgeleerde Ezra het boek der wet van Mozes, die de HERE aan Israël gegeven had, te halen. Toen bracht de priester Ezra de wet vóór de gemeente, zowel mannen als vrouwen en ieder die het kon begrijpen, op de eerste dag van de zevende maand. En hij las daaruit voor op het plein vóór de Waterpoort..

In die tijd waren de synagogen, in primitieve vorm, reeds in opkomst: leerhuizen waar men samenkwam om de Wet te lezen en God te dienen. Het verklaren en uitleggen van de Wet was één van de functies van de synagogen waarin werd voorzien door de schriftgeleerden – een titel die waarschijnlijk van Ezra’s aanduiding is afgeleid, aangezien hij voor het eerst een ‘schriftgeleerde’ werd genoemd. Onderwijs in de Wet, de Profeten en de Geschriften nam een steeds belangrijker plaats in onder het Joodse volk.

Het onderwijs van Ezra zorgde voor een geestelijke opwekking. Het volk leerde (weer) God te dienen. Door het onderwijs kreeg het geloof van de mensen ‘vaste grond’ in de Schriften en het onderwijs leidde tot schuldbelijdenis. Het besef, en belijden, van zonde en schuld ligt altijd aan ten grondslag aan bekering en opwekking.

ESTER
Het boek Ester is -samen met Ruth- één van de weinige boeken waarin een vrouw een centrale rol speelt; zelfs zodanig dat het boek naar haar vernoemd is. De schrijver van het boek is onbekend. De beschreven gebeurtenissen vonden plaats -zoals eerder gezegd- tussen het éérste en twééde deel van Ezra.

We lezen hier ondermeer over het huwelijk van Ester met Ahosveros, de Koning. Zijn werkelijke naam was Xerxes. Ahosveros is dan ook geen náám maar een titel.

Het verhaal handelt over de Joden, en hun omstandigheden, in de diaspora. Ester’s houding is er een van groot geloof en Godsvertrouwen. Desondanks wordt God’s naam nergens in het boek genoemd. Echter, zoals Matthew Henry zei: “Als God’s naam niet aanwezig is, is zijn vinger dat wel!”.

Deuteronomium

Het woord “Deuteronomium” betekent “2e wet” en is, wederom, door de Griekse vertalers aan het boek gegeven. In het Hebreeuws heet het boek, naar de openingszin, “Dit zijn de woorden”. Het boek bestaat grotendeels uit toespraken van Mozes, die het volk de historie, wet -samengevat- en het Palestijnse verbond voorhoudt. Tot slot lezen we over Mozes’ sterven. De indeling van het boek is dan ook als volgt:

  1. Een samenvatting van de geschiedenis van Israël (1-4);
  2. Een samenvatting van de Wet (5-26);
  3. Instelling van het Palestijnse Verbond (27-30);
  4. Mozes’ dood.

Het éérste deel is een terugblik; het tweede deel een ‘blik naar binnen’; het derde deel een vooruitblik. Het boek is door Mozes op schrift gesteld, uitgezonderd het slot uiteraard. In het NT wordt het boek regelmatig aangehaald.

De terugblik van Mozes, in de eerste hoofdstukken, gaat met name over het treurige gebeuren bij Kades: de ongehoorzaamheid van het volk welke er toe leidde dat ze 40 jaar in de woestijn moesten blijven. Het volk had, op de 12e dag nadat ze waren vertrokken van de berg Sinaï, het beloofde land kúnnen ingaan. Maar door hun ongehoorzaamheid moesten ze 40 jaar in de wildernis verblijven. Wachtend tot .. de hele generatie was overleden!

Het verblijf in de wildernis of woestijn kan dus worden getypeerd als “wachten tot je dood gaat”. De jongere generatie, die bij Kades onder de twintig waren, mochten het land ingaan (toen waren sommigen dus ook al rond de 60 jaar!) mét hun kinderen en kleinkinderen. We zien hier dus dat zonde, letterlijk!, leidt tot “de dood”. In de levens van de hedendaagse Christen leidt zonde tot de gééstelijke dood.

Door het hele boek heen zien we de herhaling van twéé woorden: horen en doen. De Wet vereiste dit; er naar luisteren maar er tevens naar hándelen. De opdracht die het volk meekreeg was duidelijk: het land veroveren. Het land werd hen gegéven, maar ze moesten wel het nodige er voor doen; het werd ze niet in de schoot geworpen. In Kanaan woonden zeven verschillende volken en hun opdracht was deze volken te overwinnen. We lezen zelfs dat deze volken “Groter en machtiger” dan het volk Israël waren. Dit vroeg geloofsvertrouwen van het volk.

Zegen en vloek
Horen en doen: Zegen en vloek. Onlosmakelijk met elkaar verbonden!

Deuteronomium 11:26-30.
Zie, ik houd u heden zegen en vloek voor: zegen, wanneer gij luistert naar de geboden van de HERE, uw God, die ik u heden opleg; maar vloek, indien gij naar de geboden van de HERE, uw God, niet luistert en afwijkt van de weg die ik u heden gebied, door het achterna lopen van andere goden, die gij niet gekend hebt.

Helaas weten we uit de verdere geschiedenis dat het volk regelmatig niet luisterde naar de geboden en wél de ‘andere goden’ achterna liepen. Met alle gevolgen van dien; want: als God zegt dat Hij een (gerechtvaardigde) straf, een vloek, op ze laat rusten voor de afgoderij zál Hij dat ook doen!

Conditioneel
Het Palestijnse Verbond was ‘conditioneel’: er waren voorwaarden aan verbonden. Het verbond was afhankelijk van Israël’s gehoorzaamheid. Het moet daarom goed worden onderscheiden van het verbond met Abraham (= de landbelofte), aangezien dat niet-conditioneel was! Dat betekent ook dat Israël het land zál bezitten, er zál wonen, wanneer de Messias terugkeert.

Sinds 1948 is Israël weer een natie, bewoont zij het land. Daarmee zijn de beloften van God, duizenden jaren later nota bene!, alsnog uitgekomen. Zo zien we dat God áltijd Zijn Woord houdt! Bijna iedereen, ook veel theologen ‘van naam en faam’ had het volk afgeschreven.

Zo zien we hoe zélfs de gelovige -of moeten we zeggen: religieuze?- mens niet met God rekent.. zélfs tot op de dag van vandaag niet. Ondanks dat letterlijke, zichtbare, teken voor onze ogen -het herstel van Israël- weigeren veel zichzelf Christen noemende mensen Israël dat recht, dat zij van Godswege bezitten, om het land te bewonen. Hierin zijn we als Christenen vaak nét zo koppig en ongehoorzaam als het volk Israël door de geschiedenis heen is geweest aangezien we weigeren God’s Woord te accepteren zoals het is.

Leviticus

Eén van de boeken die de meeste Christenen nauwelijks lezen is Leviticus. Genesis en Exodus zijn nog wel redelijk bekend, maar Leviticus? Het, op zijn minst globaal, kennen van dit boek is echter van groot belang. Eerlijk is eerlijk, het is geen “literatuur die lekker wegleest”. Maar aan de andere kant: het hoort bij de Bijbel en dat is niet voor niets!

Leviticus Alle vijf boeken van Mozes (Genesis tm Deuteronomium) vormen één geheel.

Ze beginnen dan ook steeds met een verwijzing naar het voorgaande boek middels het woordje: “En..”. Helaas is dat in onze Nederlandse vertaling (NBV) weggehaald. Deze begint met “De HEER riep Mozes..“. De Engelse, KJV en ASV, begint met: “And Jehovah called unto Moses”. Om aan te geven dat de boeken één geheel zijn. De énige Nederlandse vertaling die dit ook doet is de StatenBijbel: “En de HEERE riep Mozes”… Dit is dan ook de juiste weergave. Zo is, ook vanuit de brontekst, duidelijk dat deze boeken één geheel vormen en als zodanig gezien moeten worden (net als dat de Bijbel uiteraard één geheel vormt).

Leviticus begint waar Exodus eindigt; de Tabernakel is gereed en nu spreekt de Here tot Mozes in de Tabernakel: “En de HEERE riep Mozes, en sprak tot hem uit de tent der samenkomst” (1:1, SV).

De naam van het boek komt van de Griekse vertaling; het betekent “aangaande de Levieten”, maar de instructies in het boek zijn voornamelijk bedoeld voor de priesters die slechts een klein deel van de stam van Levi uitmaakten. Het boek zou daarom net zo goed “Een handleiding voor de Priesterdienst” kunnen heten!

Leviticus en de Christen
Veel Christenen zien de waarde van Leviticus niet. Maar, in de Hebreeën-brief wordt juist duidelijk dat de rituelen van de Wet van Israël een type en geestelijke les zijn voor de gelovige. Alle offers in Leviticus wijzen ons op dat éne offer: Christus! Daarnaast toont het boek hoe een zondig mens tot de Heilige God kan naderen; het sleutelwoord in het boek is dan ook: Heilig.

Leviticus 19:2
Spreek tot de ganse vergadering der Israëlieten en zeg tot hen: Heilig zult gij zijn, want Ik, de HERE, uw God, ben heilig.”

Structuur van het boek
Leviticus kan in vier hoofdthema’s verdeeld worden:

  1. Naderen tot God (1-10)
    De twee éssentiële zaken voor het naderen tot God zijn:
    – Offers (1-7)
    – Priesters (8-10)
  2. Ceremoniële reiniging (11-16)
    God leert Zijn volk dat zij onderscheiden zijn van andere volken. Tot in de kleinste details zijn zij onderscheiden van andere volken, zelfs in het voedsel dat zij tot zich mochten nemen. Er wordt tevens onderscheid onderwezen tussen morele én geestelijke onreinheid.
  3. Israël God’s Heilige volk (17-22)
    Het woord “heilig” komt van [de stam van] het woord dat betekent “apart gezet”. Zie ook onder het 2e punt. Het volk wordt onderwezen in het feit dat er absolute standaarden zijn, gebaseerd op het Heilige karakter van God. Absolute standaarden zijn niet beïnvloedbaar door de mens of de ‘tijdgeest’, zij zijn tevens niet tijd- of cultuur-gebonden!
  4. Feesten en geloften (23-27)
    Náást de wekelijkse sabbat kende Israël zeven ‘feesten‘, inclusief een vasten. De feesten zijn verdeeld over het jaar; de eerste vier in het voorjaar en de vroege zomer, de laatste drie in de herfst. 

In het hele boek klinkt de vooruitblik, het verlangend uitzien, door naar de komst van dat éne Offer: Christus Jezus.

Exodus: Verlossing

Reis ExodusHet boek Exodus is het verslag van de verlossing uit de Egyptische slavernij. De nakomelingen van Abraham die bevrijd worden uit de onderdrukking. Het hele boek is een type van verlossing.

Daarnaast wordt (summier) een soort van ‘reisverslag’ gegeven van de veertig jaren welke het volk in de woestijn doorbracht (klik op de kaart).

Zoals in alle situaties waarbij er sprake is van verlossing zijn aanbidding, gemeenschap en dienst doen aan God uitdrukkingen van de [dankbaarheid voor de] verlossing. Exodus -in het geven van de wet, de verplichtingen en beschrijvingen van de offers, het instellen van de priesterdienst- is niet alleen het boek van verlossing maar, als type, van de condities waarop elke relatie met God berust. Algemeen gesteld kun je zeggen dat Exodus onderwijst dat verlossing noodzakelijk is voor een relatie met God en dat zelfs een verlost volk géén relatie met God kan hebben zonder zich (constant) te reinigen van de zonde.

In de Galatenbrief wordt de relatie uitgelegd tussen de Wet (dat is uiteraard de gehéle wet, en niet alleen de tien geboden!) en het verbond met Abraham. In de tien geboden, die de Wet samenvat, onderwijst God aan het volk Israël zijn ‘eisen’. Het is de Wet die het volk leert dat zij ten opzichte van een Heilig God schuldig staan door hun zonde. Zij zijn door Hem verlost uit de slavernij, maar dat betekent niet dat ze daardoor verlost zijn van hun zondige toestand en staat! De priesterdienst en de offers voorzien in de reiniging en verlossing van deze zonde; een beeld of type van het werk van Christus Jezus.

Naar: inleiding op Exodus, Scofield Study Bible

Exodus

In Exodus wordt het verhaal van Genesis vervolgd. De naar Egypte vertrokken familiestam is inmiddels een groot volk geworden (zie ook het stuk over Tel El-Amarna) en in slavernij geraakt. Exodus laat zien hoe de familie van Jakob een volk werd.

De naam ‘exodus’ is de Griekse naam die in de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, aan het boek gegeven is en betekent: “uittocht”.

Belang van Exodus
Het belang van het boek Exodus is groot. Een Christen zou zich zeer bewust moeten zijn van de rol van Mozes, de Wet, het ontstaan van het volk Israël.

De Wet
De wet was gegeven aan Israël tijdens hun reis door de Sinaï-woestijn. Deze wet was niet gegeven om hen ‘zalig te maken’ maar, zoals Paulus zegt: “Als tuchtmeester tot Christus” (Gal. 3:24). De Wet leren kennen betekent dan ook dat iemand er alleen maar door ‘gedreven’ wordt tot het kruis! Want geen méns kan de wet vervullen omdát zij heilig en goed is.

Schaduwdienst
In de dienst van Israël zien we veel ‘schaduwen’ oftewel heenwijzingen naar Jezus. Het Pascha (1 Kor. 5:7), het manna (vergelijk Joh. 6:35), het water uit de rots (1 Kor. 10:4).

Structuur van Exodus
Het boek Exodus kan in twee delen, hoofdthema’s, met een onderverdeling naar zeven subthema’s.

I – Verlossing uit Egypte (Hoofdstuk 1-18)

  1. Slavernij
  2. Redding, uitredding (door God, hfdst. 2-4)
  3. Oordel (over Egypte, hfdst 5-10)
  4. Het Pascha (Hfdst 11-13)
  5. De Rode Zee (hfst 14-18)

II – De Wet, de Tabernakel, Priesterdienst (hoofdstuk 19-40).

  1. Wetgeving (hfdst 19-24)
  2. Tabernakel en Priesterdienst (hfdst 25-40)

tien geboden