Kunnen we als Christen de Wet houden?

De Wet is een oordeel. Wij zijn, als christenen, niet meer onder het oordeel omdat Christus dat gedragen heeft aan het kruis – om die straf te dragen was het noodzaak dat Hij de Wet vervulde. En ook alleen Hij was in staat dit te doen. Geen enkel ander mens kon dat.

Jacob Ernst Marcus – Twee Melkmeisjes met Juk (Google Arts & Culture)

Recent las ik een artikel dat iemand uit de ‘messiaanse gemeenten’ deelde op Facebook. In het artikel worden argumenten genoemd waarom we, als Christenen, de Wet zouden moeten houden.

Ik heb over dit onderwerp onder andere hier, hier en hier al eens geschreven. In dit artikel daarom alleen een korte weerlegging van de opvatting dat we als Christenen de Wet zouden moeten houden maar bovenal waarom dit niet eens kán.

Welke Wet hebben we het over?

Als in de Bijbel gesproken wordt over ‘de Wet’ kunnen er verschillende zaken mee worden bedoeld.

  • de uitdrukking ‘de Wet en de Profeten’. Dat staat voor de Thora, de vijf boeken van Mozes, en de profetische geschriften.
  • de wet als in ‘alle geboden van God die in de Bijbel staan’, in het bijzonder in de Thora.

De laatste is weer onder te verdelen in (1) de rituele of ceremoniële wet en (2) de morele wet.

Wanneer we spreken over ‘het houden van de Wet’, zoals Paulus daar over spreekt, hebben we het over de ceremoniële wet in het bijzonder, geboden die gaan over de tempeldienst, de joodse feesten, de reinigingswetten, de spijswetten, het offeren, het geven van de tienden, enzovoorts. Al deze zaken waren een schaduw die vooruitwees naar de toekomst: Christus en het offer dat Hij bracht.

Het gaat hier dus nadrukkelijk niet over de Tien Geboden. Deze worden door de Here Jezus zelf bevestigd (vgl. Matt. 22:36-40) waarbij Hij opmerkt dat “de Wet en de Profeten” (zie eerder) daar “aan hangen”, oftewel dat het de grondslag voor de hele Schrift is.

De Christen en de Wet

“Maar wij weten dat de wet goed is, als men die wettig gebruikt, en als men dit weet: dat de wet niet bestemd is voor een rechtvaardige, maar voor wettelozen en voor opstandigen, goddelozen en zondaars, onheiligen en onreinen, voor hen die vader of moeder vermoorden, voor doodslagers, voor ontuchtplegers, voor mannen die met mannen slapen, voor mensenhandelaars, leugenaars, meineed-plegers, en als er iets anders tegen de gezonde leer is.” (1 Tim. 1:8-10)

Daarmee zet Paulus direct de Wet buiten spel voor Christenen. Immers, door Christus verzoenende dood en opstanding zijn wij gerechtvaardigd, heiligen (Rom 1:7; Efe. 1:1) , en heeft de Wet geen macht meer over ons.

Zo, mijn broeders, bent u ook door het lichaam van Christus gedood met betrekking tot de wet, opdat u aan een Ander zou toebehoren, namelijk aan Hem Die uit de doden opgewekt is, opdat wij vrucht zouden dragen voor God. [..] Maar nu zijn wij ontslagen van de wet, gestorven aan dat waaraan wij vastgebonden zaten, zodat wij in nieuwheid van Geest dienen, en niet in oudheid van letter.”, Zie Rom. 7:1-6.

Bedenk ook wat Jakobus schreef:

“Want wie de hele wet in acht neemt, maar op één punt struikelt, die is schuldig geworden aan alle geboden” (Jak. 2:10).

En tot slot, de Here zei niet voor niets:

“Heeft Mozes u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet.” (Joh. 7:19).

stenen tafelen wet van mozes wet of genade bedekking
Afb. De Tien Geboden, CC0 Public Domain

Niemand kan de Wet houden

Niemand, geen mens, is in staat de Wet te houden. Daarom waren de offers in de Tempel noodzaak, als boetedoening. Dit is ook de reden dat de gelovige Joden in angst en zorg leven want hun zonden kunnen, nu de Tempel er niet meer is, niet vergeven worden omdat ze de door de Wet voorgeschreven offers niet kunnen houden.

“Want Christus is het einde van de wet, tot gerechtigheid voor een ieder die gelooft” (Rom. 10:4). “Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet én de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven … Want wij zijn van oordeel dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt zonder werken der wet” (Rom. 3:21-28).

Tempeldienst en de Wet

Wie als christen de wet wil houden, faalt per definitie omdat we, net als de Joden, niet aan de eisen van de wet rondom de Tempeldienst kunnen voldoen. Deze Tempeldienst is integraal onderdeel van de Wet van Mozes.

De wet schrijft onder andere voor dat er ééns per jaar verzoening moet worden gedaan voor de zonde, op Grote Verzoendag, en dat men drie pelgrimage-feesten heeft waarbij het optrekken naar de Tempel in Jeruzalem verplicht is (zie “De Joodse feestdagen en Bijbelse Feesten”). Ik verwijs daarom nogmaals nadrukkelijk naar Jakobus 2:10.

Het slavenjuk

Vroeger transporteerden mensen onder andere water of melk met emmers aan een houten balk over hun nek. Zo konden ze een zware last dragen.

Ook dieren worden ‘onder een juk gebracht’ als ze bijvoorbeeld voor de ploeg lopen. Paulus zegt, met dat beeld in gedachten, dat we ons als gelovigen niet weer onder het ‘juk van de wet’ moeten laten brengen. Een juk dat, indertijd, ook symbool stond voor de slavernij in Egypte.

Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.” (Gal. 5:1)

De Wet wordt daarmee afgeschilderd als ‘slavernij’. Doe dit en gij zult leven, was het credo. Wij zijn ‘dood voor de Wet’ want Christus is ons Leven: “want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God(Kol. 3:3).

Print Friendly, PDF & Email