De Apostel Paulus: een ijveraar voor de Wet

IJver voor de Wet werd bij de religieuze Joden als een belangrijke kwaliteit gezien. Vasthoudend aan het geloof. En ijveraars voor de wet stonden op een voetstuk. Geweld werd bij het ‘ijveren voor de wet’ zelfs niet geschuwd(!) door sommige religieuze hardliners. Ook Paulus was een ijveraar voor de Wet, de Torah (of Thora). En ook hij schuwde het geweld niet vóór hij tot geloof in Jezus kwam.

Paulus in de gevangenis, Rembrandt van Rijn (1627)
Paulus in de gevangenis, Rembrandt van Rijn (1627)

Paulus groeide op en zag het in de Schrift én om hem heen het gedrag van de gelovige én ongelovige Joden, de consequenties er van, en koos voor de lijn van de ‘ijveraars’; de (strikte) gelovigen, zij die de Wet volgden met grote aandacht en precisie.

Elia was een beroemd ‘ijveraar’ in zijn strijd, bijvoorbeeld tegen Achab en Izebel. 1 Kon. 18-19. Maar vergelijk bijvoorbeeld ook de ‘ijveraar’ in Num. 25:11. De echte helden waren de ‘ijveraars’, die het volk leiden in het trouw blijven aan God, het volgen van de Here en Zijn wet. Dit was het beeld én voorbeeld waar Paulus (toen nog Saulus) aan vasthield. Hij wilde dat het volk een zuiver geloof volgde. Deze ijver stond, in de ogen van de ijveraars voor de wet, geweld toe…

In de ogen van Paulus e.a. kon het Christendom, die een veroordeelde, een gekruisigde, volgden nooit de waarheid verkondigen (Deut. 21:23). Jezus kon volgens hem [daarom] de Messias niet zijn en het was in zijn ogen in strijd met de Wet wat deze christenen leerden.

Paulus, de Christenvervolger
In zijn wetsijver begon hij dus te strijden tegen het christendom. Dit zag hij duidelijk als een roeping. Zie Hand. 7:55-58. De steniging van Stefanus. De jassen lagen aan de voeten van Paulus, wat betekent dat hij de leiding had, dat hij toezag op deze executie!

Hierna gaat hij zelf ook actief christenen vervolgen. In zijn ogen waren christenen afgodendienaars. Hij wilde een ijveraar zijn als Elia, als een Pinehas. Hij geloofde oprecht Israel van de afgoderij af te houden hiermee.

Het gevolg was echter dat veel leden van de gemeente van Jeruzalem op de vlucht sloegen; de gelovigen raakten verspreid of verstrooid. Met als resultaat echter dat het Evangelie alleen maar meer verspreid raakte in allerlei plaatsen en steden. Overal waar de vluchtelingen heen gingen ontstonden nieuwe groepen van gelovigen.

Paulus geconfronteerd met God
Als Paulus hoort dat de gemeente zich begint te verspreiden en het Evangelie zich als een olievlek uitbreidt reist hij af naar Damascus om ook daar de christenen te vervolgen (Hand. 9:1-2; Hand. 26:11).

De Here openbaart zich aan Paulus terwijl hij onderweg is naar Damascus. De manier waarop dit gebeurt doet hem realiseren dat het God zelf is die zich aan hem openbaart; Hand. 9:1-6. Wat de Here daar zegt (“Waarom vervolg je mij”) is volstrekt in tegenspraak met wat hij dácht te doen; hij dácht God te dienen, maar vervolgde de Gemeente, het lichaam van Christus. “Ik ben Jezus, die jij vevolgt”.

Paulus ontdekt: “Ik denk God te dienen en te kennen maar,.. ik kén God helemaal niet”. Hij ontdekt ook dat hij totaal verkeerd heeft begrepen wat het werk van de Messias was; wat de kruisiging eigenlijk inhield. Dat Jezus niet een veroordeeld misdadiger was maar door zijn opstanding aantoonde dat Hij de Here God was!

Zijn reactie op deze openbaring van God is: totale overgave aan de Here Jezus, aan God. “Wat wilt U dat ik zal doen”.

  • Dit gedeelte toont ook hoe belangrijk de Gemeente is in de ogen van God; de Here vereenzelvigt zich mét de Gemeente. Wie de Gemeente van Christus Jezus vervolgt, vervolgt Hém!
  • Paulus werd met “blindheid geslagen” bij die ontmoeting met God. Als God verschijnt, veroorzaakt dat soms een (blijvend) ‘litteken’. Denk aan Jakob die met de Engel worstelde en op de heup werd geslagen waardoor hij kreupel werd. Van Paulus wordt gezegd dat hij de rest van zijn leven problemen hield met zijn zicht.

Christus centraal!
Ananias krijgt in een visioen opdracht om Paulus te bezoeken en hem de handen op te leggen,.. “ik heb gehoord van het kwaad dat hij doet!”. Maar de Here zegt te gaan omdat Paulus geroepen is de dienaar van de Here te worden, gekozen is hiervoor door God en, .. Ananias gehoorzaamd en gáát ondanks zijn angst en weerstand.

Bij de gelovige Joden draaide alles om de wet, de Torah. Hun hele wereldbeeld; de aanbidding, zaken, politiek, cultuur, familie, ethiek, verhalen.. Alles draaide om de Wet.

Het centrum van hun hele leven was de Torah. Dit veranderde: Christus was het centrum, was waar alles om draaide – dit was dé grote openbaring voor Paulus. Hij plaatste Christus centraal in zijn leven en de rest van zijn leven zette hij zich er voor in dat deze boodschap werd verkondigd: “Christus en die gekruisigd” (1 Kor. 2:2).

God kan, zo kunnen we concluderen, ieder mens gebruiken die de houding van Paulus aanneemt en vraagt: “Heere, wat wilt U dat ik doen zal?” (Hand. 9:6).

Print Friendly, PDF & Email