De Apostel Paulus: de wereld waarin hij werd geboren

Elk mens wordt geboren in een specifieke tijd, familie, omgeving, land. Paulus werd geboren in de tijd van de Romeinse overheersing, het Romeinse Rijk.

Je afkomst is mede bepalend voor je vorming als mens en je positie in de maatschappij. In die tijd was dat nog veel sterker het geval dan tegenwoordig in onze westerse cultuur.

Politiek en militair gezien was Rome het ‘centrum van de wereld’ in die tijd. Paulus kwam uit de stad Tarsus, een welvarende handelsstad met veel oog voor kunst en cultuur.

Paulus in de gevangenis, Rembrandt van Rijn (1627)
Paulus in de gevangenis, Rembrandt van Rijn (1627)

Romeinse Rijk
Het Romeinse Rijk bestond van ca. 753 voor Christus tot 476 na Christus. Sinds ca. 27 v.Chr., met Agustus (achterneef van Julius Caesar, die door hem geadopteerd was), begonnen de Keizers het rijk te regeren. Daarvoor werd het door de Senaat geregeerd.

“Over de vroege geschiedenis van Rome is vrijwel niets met zekerheid bekend. Pas in de derde eeuw voor Christus werd een begin gemaakt met geschiedschrijving, maar dat gebeurde vooral door de Romeinen zelf en is daarom niet volledig betrouwbaar.” (Wikipedia)

Romeinse godsdienst
De Romeinen waren ‘heidenen’ die vele goden aanbaden. Dit werkte door in elk aspect van het dagelijkse leven. Daarnaast werd door Augustus (Gaius Octavianus) de keizerscultus ingevoerd waarbij de keizer werd vergoddelijkt. Dit was door de staat opgelegd. Wie de keizer niet wilde aanbidden werd hiervoor gestraft.

Voor de Joden vormde dit een uitdaging. Zij wilden geen mens aanbidden! De Joden waren de enige in het Romeinse rijk die een uitzondering hadden gekregen. Mede vanwege hun reputatie (..) in opstand te komen. Om “de lieve vrede te bewaren” werd hen in 64 v.Chr. (na de Makkabeeën-tijd van 164-64) toegestaan hun eigen godsdienst te blijven volgen zolang ze niet in opstand kwamen en hun belastingen betaalden,…

Er was daarom een spanningsveld voor de Joodse leiders; enerzijds moesten ze de Romeinen tevreden houden, anderzijds de bevolking.

Joden in de verstrooiing
Er waren zo’n 40.000-60.000 Joden die in Rome leefden. Ook in veel andere plaatsen leefden Joden. Veel van hen bleven hun religie trouw. Sommigen assimileerden, maar de meeste bleven het Jodendom trouw (gebruiken, geloof). Dit maakte ze niet populair, ook vanwege hun “privileges” en positie die ze soms hadden in het Romeinse Rijk.

Tarsus, waar Paulus vandaan kwam, had eveneens een Joodse gemeenschap – Hand. 29:39. Het was een grote stad, toegewijd aan filosofie en (vrije) kunst. Een intelectuele omgeving; eveneens bekend vanwege de productie van tenten. Ook het beroep* van Paulus. Tarsus was de hoofdstad van de Romeinse provincie Cicilia, en was een van de grootste handelscentra aan de kust van de Middellandse Zee.

Een Romeinse Jood

Zijn ouders hadden het Romeins burgerschap, dat betekent dat ze waarschijnlijk vermogend waren en ‘vrije’ mensen. Mogelijk ook in aanzien. Dat zijn ouders mogelijk vermogend waren blijkt ook uit dit gedeelte:

“Ik ben een Joodse man, geboren te Tarsus in Cicilië, maar opgevoed in deze stad en aan de voeten van Gamaliël op de meest nauwgezette wijze onderwezen in de wet van de vaderen, een ijveraar voor God zoals u heden allemaal bent” (Hand. 22:3).

Je werd niet zomaar een leerling van Gamaliël, in Jeruzalem. Dat zal zijn ouders geld en moeite hebben gekost om hem daar een opleiding tot schriftgeleerde te hebben laten volgen.

“Gamaliël betekent ‘beloning van God’. Hoe groot zijn reputatie in de Misjna als een van de invloedrijkste leraren in de geschiedenis van het Judaïsme is, blijkt uit de opmerking: «Sinds Rabbi Gamaliël de Oudste stierf, is er geen respect meer voor de wet».” (Israël en de Bijbel)

Paulus had, door geboorte uit Joden met het burgerschap, eveneens dit Romeins burgerschap (Hand. 16:37-38; Hand. 22:25-28).

Paulus was een Romeins staatsburger, zijn Hebreeuwse geboortenaam –hem gegeven door zijn ouders- was Saulus of Saul. Omdat hij het Romeinse burgerschap had als kind van een vader met dit burgerschap had hij ook een Griekse (volgens sommigen: Latijnse) naam: Paulus, wat betekent “klein” of “de kleine”.

Het burgerschap kon ook worden gekocht en had grote voordelen zoals een “eerlijke”, publieke, rechtsgang. Wie het burgerschap niet had kon zonder proces worden gestraft of veroordeeld. Paulus beroept zich regelmatig op zijn Romeins burgerschap in dit verband en uiteindelijk beroept hij zich ‘op de keizer’ om daar ‘zijn zaak aan te kaarten’.

Paulus groeide dus op in een heidense omgeving, een omgeving die de vrije kunst en filosofie waardeerde, maar werd opgevoed in geloof en was zelf een gelovige Jood (Fil. 3:5-6).

  • “Besneden op de 8e dag, uit de stam van Benjamin, Hebreeër, een farizeër, smetteloos in het navolgen van de Wet”.
  • Hij benadrukt dat hij een Hebreeër is.
    • Jood kan namelijk verwijzen naar meer dan alleen je etniciteit; er waren immers ook Joden die van geboorte geen Jood waren (tot het Jodendom bekeerd); sommige Joden waren geassimileerd (“Hellinistische Joden”).
    • Hebreeërs waren Joden die trouw bleven aan hun religieuze wortels, ze lazen de schriften, gingen naar de synagoge, volgden de wet van Mozes.
  • In Tarsus groeide hij op tussen de heidenen én de hellinistische Joden. Maar zijn familie bleef trouw aan de Here.

Van Tarsus naar Jeruzalem

Als jongen werd Paulus dus naar Jeruzalem gestuurd om daar een orthodoxe opvoeding te krijgen. Hoe oud hij toen precies was is niet bekend. We kunnen er vanuit gaan dat hij bij familie verbleef.

Vanaf zijn geboorte werd hij niet alleen opgevoed in de orthodox Joodse cultuur, hij werd klaargestoomd om een onderwijzer van de Wet van Mozes te worden middels zijn studie bij Gamaliël – maar natuurlijk gaat daar ook voorbereiding aan vooraf.

  • Als kind onderwijs in de synagoge, door een rabbi;
    • studie van de Torah;
  • Misnah
    • Vanaf 10e levensjaar
    • Op 13e levensjaar Bar mitswa: “Vanaf dat moment wordt hij verantwoordelijk tegenover God om zich aan alle geboden en verboden te houden die onder de joodse wet vallen; de goddelijke voorschriften die ontleend zijn aan de Thora, de Misjna en latere commentaren daarop.” (Wikipedia)
  • Voortgezet onderwijs
    • een vak leren (Paulus werd tentenmaker).
    • Joods gezegde: “wie [zijn zoon] geen vak leert, leert hem een dief te worden”
  • Rabbinaal “College”
    • ergens tussen 13-16 jaar
    • naar Jeruzalem om te studeren voor rabbi
    • tijdens deze studie werd hij een aanhanger van de opvattingen van de farizeërs

Wie of wat zijn Farizeën?

  • Woord betekent ‘afgescheidenen’, zo zagen zij zichzelf ook
  • een devote sekte van Joden, je zou ze als een elitaire groep kunnen beschouwen
  • ze streden voor het onderhouden van de Wet in de Joodse gemeenschap, ze “legden anderen de wet op”.
  • Vervolgden mensen die de wet en traditie niet hielden!
  • Paulus vervolgde de christenen vanuit (mede) die visie. Christendom zag hij als een hele ernstige dwaling (binnen het Jodendom).

Paulus als jonge man
Paulus’ leraar, Gamaliël, stond hoog aangeschreven (zie eerder, vgl. Hand. 22:3) en Paulus was een goede student (Gal. 1:14).

  • Paulus’ temperament was tegengesteld aan dat van Gamaliël, die bekend stond als zachtaardig, geduldig en tolerant.
  • Paulus karakteriseerde zichzelf als “overvloedig in ijver”, een eigenschap die hem ook later als christen kenmerkte (Gal. 1:13-15).
  • Hij was zeer rechtlijnig en nam geen blad voor de mond: “Maar toen Kefas [Petrus] te Antiochië gekomen was, heb ik mij openlijk tegen hem verzet, omdat het ongelijk aan zijn kant was.” (Gal. 2:11)

__
* Sommigen zijn van mening dat Paulus geen tentenmaker was maar wever van Joodse gebedssjalen (Tallit). Er is hier echter geen enkele Bijbelse bron voor. Paulus vermeldt zijn beroep zelf niet, in zijn brieven schrijft hij dat hij door hard te werken in zijn eigen levensonderhoud voorzag (1 Kor. 4:12; 1 Tess. 2:9). In Hand. 18:3 staat dat Paulus tentenmaker en leerbewerker was. Het betrof hier kleine, draagbare, tenten voor reizigers

Print Friendly, PDF & Email